Gras is om in te liggen, deel 99. december
2006
Nieuwe taxa voor de flora van Eindhoven vanaf 2000. Joep Spronk.  


Na het sluiten van het loket voor de vondsten voor opname in de Atlas van de flora van Eindhoven zijn uiteraard nieuwe meldingen van soorten gedaan. In dit overzicht worden vondsten vermeld van taxa – soorten, ondersoorten, variëteiten of bastaarden – die niet in die atlas opgenomen zijn. Dat is vooral jammer omdat er – natuurlijk – ook belangwekkende soorten zijn die er wel in staan en die dermate zeldzaam zijn (of waren) en die op nieuwe plaatsen gevonden zijn, zoals Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia) die alleen bekend was van de Nuenense ijsbaan maar de laatste jaren ook gevonden is op de Mosbulten en in Gennep. De lijst van nieuwe soorten is ook beperkt tot het onderzoeksgebied waarover de atlas verslag doet. Dat is ook jammer omdat daardoor een aantal nieuwelingen 'gemist' wordt, bijvoorbeeld Kruipend moerasscherm (Apium repens) bij Erp, 't Hurkske of Paardengras (Ceratochloa cathartica) bij Eersel, Nieuwe Erven of Watercrassula (Crassula helmsii) bij Middelbeers.

De selectie van opgenomen soorten voldoet verder aan de volgende voorwaarden:

Desondanks blijft er een aanzienlijke lijst van nieuwe soorten en ondersoorten over. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de 'nieuwe' soorten die aan de voorwaarden voldoen per meldingsjaar.

tabel 1: aantallen per jaar
jaaraantal
meldingen
aantal
eerste meldingen
20001514
200197
20021714
200398
20041813
20053918
20068231

Uit de tabel blijkt dat het aantal nieuwe meldingen 189 bedraagt en dat het handelt om 105 soorten (in ruime zin).
Deze 105 soorten en ondersoorten zijn onder te verdelen in in Nederland inheemse soorten en uitheemse. Het zal wel niemand verbazen dat van de 105 'nieuwe' taxa in onze omgeving het grootste deel bestaat uit verwilderingen en adventieven. In tabel 2 wordt de verdeling gegeven.

tabel 2: status van de nieuwe taxa
categorie aantal
wild in Nederland38
adventief9
verwilderd58

De kritische atlaslezer mist in tabel 2 de status 'ingeburgerd'. Omdat de beoordelingsperiode te kort is – we behandelen immers slechts de meldingen vanaf 2000 – is indeling in deze categorie schier onmogelijk. Een uitzondering zou gemaakt kunnen worden voor Donderkruid (Inula conyzae) maar die is al 'wild in Nederland' en valt derhalve alleen theoretisch in de groep 'ingeburgerd rond Eindhoven'.

Verwilderde soorten
Om ruimte-redenen en ook omdat er bij verwilderingen vaak weinig extra informatie te verstrekken valt worden van de meldingen uit deze groep alleen de namen, de vondstjaren en het aantal meldingen gegeven. De verwilderde soorten zijn veelal bomen, struiken of tuinplanten die 'voor zichzelf begonnen zijn'.

Het zijn:
StokroosAlcea rosea20061
Hartbladige elsAlnus cordata2001, 20062
Oosterse anemoonAnemone blanda20061
Chinese araliaAralia elata20021
MansoorAsarum europaeum20052
 Berberis julianae20041
JanuariplantBergenia crassifolia20001
 Borago asperrimum20021
BuxusBuxus sempervirens2003, 20052
KruipklokjeCampanula poscharskyana20061
BergcentaurieCentaurea montana20001
 Cotoneaster bullata20011
 Cotoneaster dielsianus20021
DuizendschoonDianthus barbatus2001, 20052
Gebroken hartjesDicentra spectabilis20061
ZwaardherikEruca vesicaria20001
VijgenboomFicus carica20061
GaillardiaGaillardia pulchella20001
Roze ooievaarsbekGeranium endressii2002, 20063
RotsooievaarsbekGeranium macrorrhizum20041
Knopige ooievaarsbekGeranium nodosum20031
BosooievaarsbekGeranium sylvaticum20011
ChristusdoornGleditsia triacanthos20051
Stinkend nieskruidHelleborus foetidus20061
Europese lorkLarix decidua20062
Kleine margrietLeucanthemum paludosum20001
AmberboomLiquidamber styraciflua20061
 Lonicera pileata20031
CitroenmelisseMelissa officinalis2000, 2001, 2004, 20058
PrachtrietMiscanthus sinensis20011
HeesterteunisbloemOenothera fruticosa20051
Vroeg vergeet-mij-nietjeOmphalodes verna2000, 20052
DikkemanskruidPachysandra terminalis2000, 20062
PeterseliePetroselinum crispum20031
Welriekende jasmijnPhiladelphus coronarius20061
DoorndenPinus rigida20051
Oosterse plataanPlatanus orientalis20064
MoerashyacintPontederia cordata20031
OntariopopulierPopulus balsamifera20051
BalsempopulierPopulus tacamahacca20011
Zwarte balsempopulierPopulus trichocarpa20062
Grote brunelPrunella grandiflora20061
Kaukasische vleugelnootPterocarya fraxinifolia2002, 20052
Witte resedaReseda alba20001
Gele ribesRibes odoratum20041
Berijpte wilgSalix daphnoides20001
Echte salieSalvia officinalis20001
Grote vlotvarenSalvinia molesta20001
Ronde steenbreekSaxifraga rotundifolia20051
DriebladvetkruidSedum sarmentosum2005, 20064
 Sedum spectabile20066
ThunbergspireaSpiraea thunbergii20011
Viltige spireaSpiraea tomentosa20001
 Stephanandra incisa20021
Kruipende smeerwortelSymphytum ibiricum2002, 20063
Geelgroen afrikaantjeTagetes minuta20061
Stijf ijzerhardVerbena bonariensis20041
 Verbena rigida20041

Wilde soorten
Van de wilde nieuwe taxa worden voor zover mogelijk wat nadere gegevens verstrekt.
Gele anemoon (Anemone ranunculoides) is tweemaal genoteerd (in 2005 en 2006 elk één keer). De eerste vondst werd gedaan op de begraafplaats van de Oude Toren waar Gele anemoon verwilderde. De tweede melding betreft vermoedelijk een verwildering bij Heikant (Waalre).
Italiaanse aronskelk (Arum italicum) is uit drie hokken bekend. Naast twee ongetwijfeld verwilderingen in Eindhoven (Philipsdorp en 't Schoot) is de soort ook gezienbij Aalst-Eeeckenrode.
Zwartsteel (Asplenium adiantum-nigrum) is door onze Helmondse confraters gezien op de pijler van een voormalige brug over het Eindhovens Kanaal. Wij zagen de soort daar in 2003 niet meer.
Smalle aster (Aster lanceolatus) is in 2006 eenmaal opgegeven en wel voor Eindhoven-Schuttersbosch. De soort stond daar langs een pad.
Gesteeld sterrenkroos (Callitriche brutia) is voor het eerst in onze omgeving in 2003 verzameld bij Helmond-Ganzenwinkel (Eindhovens Kanaal). Latere studies combineerden Gesteeld sterrenkroos en Haaksterrenkroos (C. hamulata) tot één taxon.
Druifkruid (Chenopodium botrys) werd in 2006 voor het eerst in onze regio gezien en wel bij Heikant-Waalre langs de weg naar Valkenswaard.
Wilde ridderspoor (Consolida regalis) is opgegeven in 2002. De soort werd aangetroffen in Nuenen-west.
In 2002 en 2006 is Kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum) genoteerd op het in 1996 of 1997 ingezaaide veldje aan de Burgemeester Mollaan in Aalst, pal aan de Tongelreep.
Weegbreezonnebloem (Doronicum plantagineum) is in 2006 voor het eerst - als verwilderde tuinplant - genoteerd bij Mierlo.
Van Hondstarwegras (Elymus caninus) stond in 2006 een prachtige pol in het Schuttersbosch in Eindhoven. In de wijde omgeving van de soort werd geen tuin gezien waaruit het gras eventueel afkomstig zou kunnen zijn. De soort wordt daarom niet als een verwildering beschouwd.
Hard schapengras (Festuca brevipila) is in 2006 voor het eerst genoteerd in Best (Wilhelminadorp/Batadorp). Er bestaat mogelijk verwarring met F. lemanii waarvan (per abuis) de nederlandse naam overgegaan is op de betreffende soort.
Draadzwenkgras (Festuca heterophylla) is in 2000 voor het eerst gezien in de berm van de weg Heeze-Someren. In 2003 werd Draadzwenkgras ook bij Helmond-Ganzenwinkel aangetroffen
Stomp vlotgras (Glyceria notata) is voor de eerste keer in 2005 waargenomen. De melding stamt uit de Groote Heide uit het dal van de Kleine Beekloop.
Geel zonneroosje (Helianthemum nummularium) groeide in 2002 – en in 2006 nog steeds – op hetzelfde ingezaaide terreintje als de bovengenoemde Kartuizer anjer.
Een hok naar het oosten (Aalst-Voorbeeklaan) is Weidehavikskruid (Hieracium caespitosum) ingezaaid gevonden in 2002.
Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) is inmiddels uit vier hokken bekend. De meldingen zijn uit 2004, 2005 en 2006. De oudste melding is uit de Dommel bij de Volmolen. Het jaar daarop werd Grote waternavel in het afwateringskanaal gezien. Daar groeit de soort nog steeds.
Donderkruid (Inula conyzae) is wel vermeld in de atlas hoewel de eerste vondst pas uit 2000 stamt. De soort kwam toen in zulke hoeveelheden voor dat deze er zonder twijfel al langer stond. Op de vindplaats langs het fietspad op de Stratumse Heide groeit de soort nog immer en steeds meer, inmiddels in twee hokken.
Smal fakkelgras (Koeleria macrantha): zowel langs de Voorbeeklaan en op het veldje aan de Burgemeester Mollaan in Aalst in in 2002, 2004 en 2005 Smal fakkelgras genoteerd. In 2005 werd op de eerstgenoemde plaats ook Breed fakkelgras (K. pyramidata) gezien. De haren langs de bladrand en ook de breedte van het blad laten geen ruimte voor een andere tenaamstelling.
Knopkroos (Lemna turionifera) wordt sinds 2002 voor onze omgeving opgegeven, niet zo verwonderlijk omdat we over twee fanate Kroos-sprcialisten beschikken. De meldingen stammen uit de Doode Gracht (Eindhoven), Eckart, de viskwekerij Valkenswaard en Son.
Op een plaats langs de Heezerweg (Eindhoven) waar overduidelijk geen poging tot tuinieren kon worden gedaan (in een bouwvoeg) groeide in 2004 (en ook in 2006) Eenbloemig parelgras (Melica uniflora).
De meeste melding van een nieuw wild taxon komen van de kruising van Middelste en Grote teunisbloem (Oenothera x fallax). Door een verbeterde tabel onderscheiden we deze bastaard sinds 2005 ook in onze regio. We noteerden het taxon in totaal al in 11 kilometerhokken.
Esparcette (Onobrychis viciifolia) troffen we – toch wel een beetje tot onze verbazing – aan langs een akker aan de Collse weg (Eindhoven). In de akkerrand waren overduidelijk vele soorten gezaaid, o.a. Esparcette. Ook tierde de Hongaarse wikke (Vicia pannonica) hier welig.
Groot glaskruid (Parietaria officinalis) is in 2006 voor het eerst gezien in Valkenswaard.
Op de valreep werd Westerse karmozijnbes (Phytolacca americana) gezien in Eindhoven-de Hurk. De vruchten zijn bolvormig in tegenstelling tot de 8-delige vruchten van Oosterse karmozijnbes die bij ons redelijk vaak voorkomt.
Knolbeemdgras (Poa bulbosa) is in 2004 voor het eerst gezien in Breugel. In Nederland is de soort bijna beperkt tot de duinen, maar ook uit Limburg zijn enkele meldingen bekend. Het Breugelse exemplaar vormde rechtstreeks plantjes in de aartjes. De Nederlandse naam van zo'n vivipare vorm is Broedknolbeemdgras.
Aardbeiganzerik (Potentilla sterilis) werd in 2005 aangetroffen als onderdeel van een grote Limburg-imitatie bij Acht, waar langs het pad over de geluidswal vele merkwaardigheden waren geplant.
Van Geelwitte helmbloem (Pseudofumaria alba) hebben we inmiddels twee meldingen: een in Nuenen in een brandgang en een in Eindhoven in een stoeptuintje van een halve tegel. Het laatste exemplaar heeft er zeker 12 jaar over gedaan om in bloei te komen.
Gewoon kweldergras (Puccinellia maritima) is in 2006 opgegeven voor Valkenswaard-noord. Helaas is het exemplaar niet verzameld, zodat verwarring met Stomp kweldergras niet uitgesloten kan worden.
Van de Braam-soorten herkennen we tegenwoordig ook Rubus armeniacus en R. nessensis. De eerstgenoemde is opgegeven in 2005 en 2006 en wel drie keer. De laatste is tot nu toe alleen in 2005 tweemaal genoteerd.
Betonie (Stachys officinalis) stamt uit 2005 en werd gevonden bij Acht; zie Aardbeiganzerik.
Paarse morgenster (Tragopogon porrifolius) is tijdens de bezoeken aan de Voorbeeklaan in Aalst alleen in 2002 gezien. Blijkbaar hield de soort uit het zaaimengsel geen stand.
Zeer verbaasd waren we in 2006. Bij het Vlasrootven (Waalre) stonden twee prachtige exemplaren van Trosbosbes (Vaccinium corymbosum). Het is uiterst onwaarschijnlijk dat de exemplaren geplant zijn. Verspreiding van de ook gekweekte plant door vogels is daarom niet onaannemelijk.
Melige toorts (Verbascum lychnitis) werd door Rutger Barendse aangeleverd. In 2003 en ook in 2004 stond deze soort in ongeveer 50 exemplaren bij het knooppunt A2-A67 (aan de Moerputtense kant). In 2006 werd Melige toorts ook verderop langse de A67 gezien bij de Geldropse IJzeren Man.
Van de afsplitsingen nemen we in deze lijst alleen Vergeten wikke (Vicia sativa subsp. segetalis) op. Vergeten wikke hebben we in onze regio in 2006 negen maal onderkend, zij het niet altijd van harte in verband met een overloop van kenmerken met de andere smalbladige ondersoort van Vicia sativa.
Eenmalig was de aanbieding van Stijve wikke (Vicia tenuifolia) bij Eersel. In 2004 werd het grootste deel van de enige plant verzameld langs het fietspad bij de rotonde N284-N397.

Tot slot van deze litanie volgen nog de nieuwe adventieve taxa.
Ondanks het gemis aan duidelijke sleutels denken we toch Carduus x stangii gezien te hebben langs de Mathildelaan tussen de Beukenlaan en de Glaslaan. In 2006 werden 15 exemplaren geteld.
Naar Gevlamde fijnstraal (Conyza bonariensis) wordt door ons al een aantal jaar uitgekeken. In 2006 was het prijs en wel langs het Eindhovens Kanaal tussen de hefbrug en de rondweg, aan beide zijden van het kanaal. We hebben een zwak voor het kanaal waardoor we er meer dan gemiddeld komen. Dat leidt met stadsadventieven als Gevlamde fijnstraal tot een aldaar hogere waarnemingskans. Maar zo’n soort moet er dan natuurlijk wel eerst staan.
Bleek cypergras (Cyperus eragrostis): de enige melding tot nu toe stamt uit 2003. De soort bloeide in een greppel in de Hurk (Eindhoven).
Eveneens op de Hurk werd de eerste melding van Stekelige hanenpoot (Echinochloa muricata) gedaan. Een andere vertegenwoordiger van dit geslacht Echinochloa colona werd in 2006 in Philipsdorp gezien.
Tijdens de inventarisatie bij Acht in 2005 werden op het bedrijventerrein een paar parkeerterreinen aangetroffen waar volop Euphorbia humifusa stond. Door een gunstige ligging betrof het meteen twee kilometerhokken.
Geel vogelpootje (Ornithopus compressus) werd voor ons onderzoeksgebied voor het eerst in 2004 gevonden. De gelukkige plaats waar dit gebeurde was Riethoven waar langs een zandpad 10 bloeiende exemplaren werden geteld.
In 2006 werden we gedirigeerd naar het Maaskantpas in Nuenen omdat er een merkwaardige schermbloem stond. Het bleek te gaan om Doorwaskervel (Smyrnium perfoliatum). Er werden ongeveer 125 exemplaren gezien. Of de vondst verband houdt met het kippenterrein aan de andere kant van de heg is ons onbekend. Wel vielen meer merkwaardigheden op.

ecotoopgroepen
Een bijzonder onderdeel van de floristiek is de groepering van de soorten naar ecotoopgroep. In vergelijking met de in de Atlas opgenomen groepen is er één bijgekomen: kruidenvegetaties op vochtige, matig voedselrijke, basische bodem. De groep is berekend voor de ingezaaide bermen van de Voorbeeklaan in Aalst en – eveneens zonder natuurlijke herkomst – de akkerrand aan de Collse weg.

Uiteraard – en voor de verslaggever gelukkig – kon dit artikel alleen gaan over nieuwe soorten. Het geheel verdwijnen van soorten uit een onderzoeksgebied kan alleen vastgesteld worden na een nieuwe volledige inventarisatieronde. Daar komt de werkgroep op korte termijn zeker niet aan toe.

Adres van de schrijver:
Heggeranklaan 12
5643 BR Eindhoven


Terug naar Publicaties