Gras is om in te liggen, deel 93. november
2005
Lobelia inflata en Sigesbeckia orientalis bij Uden. Toon van der Schans m.m.v. John Bruinsma.


Inleiding
'Er was eens', of 'het was eens', is een bekende aanhef voor een sprookje of sprookjesachtig verhaal. Het heeft dan betrekking op het verleden en gaat vaak over onbekende figuren, die pas tot leven komen door ze veelvuldig onder de aandacht te brengen.
Zo ook dit verhaal dat gaat over plantjes waarover in FLORON-district 19 niets bekend is, maar die nu en dan te voorschijn komen en dan naar mijn mening iets meer aandacht verdienen.

Lobelia inflata L. - Blaaslobelia
Eind juli A.D. 2000 was ik met een verslaggever van een plaatselijk informatieblad in het natuurontwikkelingsgebied langs de Leijgraaf. Dit is een regionaal bekend waterloopje van Boekel naar Berlicum en in beheer bij Waterschap Aa en Maas.

De oevers van dit loopje zijn door het waterschap plaatselijk natuurvriendelijk gemaakt. Of dit volledig is gelukt blijft hier buiten beschouwing, maar delen die zijn behandeld bieden flora en fauna meer kansen en vertonen zeker al een gevarieerder plantengroei. De taluds zijn over een breedte van 10 tot 15 meter natuurtechnisch aangepast onder een helling van 1 op 6 meter. De hiervoor benodigde gronden zijn verworven door aankoop van de aanliggende eigenaren, meestal agrariërs.

Lobelia inflata L. - Blaaslobelia
Fig. 1: Lobelia inflata L. - Blaaslobelia.


Door het afgraven van bedoelde gronden zijn vrijwel zeker dieper gelegen zaadbanken vrijgekomen. Zo komt nu ter plaatse weer iets terug van de flora die daar 50 jaar geleden als natuur of cultuur aanwezig was. Naar ik denk geldt dit ook voor de cultuurplanten die de akker(s) in het verleden hebben bevat langs de Leijgraaf over een lengte van 150 m in km-blok 171/403. Het betreft hier Lobelia inflata, die vroeger werd verbouwd voor medicinale doeleinden, maar al spoedig een onrendabele teelt werd. Vermoedelijk zijn (grote) restanten loof met zaden gedumpt langs de Leijgraaf, dat toen echt achterland was.

Bij het aanpassen van de oevers in het jongste verleden, november 1998, zijn deze zaadbanken of vermoedelijke zaadbanken vrijgekomen. Deze bevatten blijkbaar nog kiemkrachtige zaden. Vele zaden hebben zich kunnen ontwikkelen tot bloeiende planten, maar na enige jaren ontstaat op de oevers een dichte vegetatie van onder andere grassen en veel hogere planten. Mogelijk daardoor vertonen zich minder planten en is de uitbreiding door middel van zaad sterk afgenomen.

Lobelia inflata is inheems in het oosten van de Verenigde staten en aangrenzend Canada. Hij groeit op droge grond in wegbermen, in verlaten, droge velden, oude weilanden en langs bospaden, op begraasde plekken in het bos en dergelijke. Hij bloeit van juli tot oktober.

De planten groeien rechtopstaand, als een- of tweejarigen. Ze worden (15-) 30-75 (-100) cm groot. De stengel is hoekig en erg harig, geelgroenig. De bladen staan verspreid, de grootste zijn ongeveer 6 x 2 cm; naar boven toe worden ze kleiner. Ze zijn zittend, gezaagd, harig en hebben duidelijke nerven. De talrijke bloemen zijn klein (tot ongeveer een centimeter, Van der Meijden & Vermeulen heeft 5-6 mm), aan de buitenkant bleek blauw tot blauwpaars (of wit), aan de binnenkant zijn ze lichter en vaak wit met twee gele vlekken. De bloemen zijn, met hun typische tweezijdig symmetrische vorm gemakkelijk als Lobelia's te herkennen (zie figuur 1). De vruchten groeien bolrond uit en dit is waar de namen vandaan komen. De zaden zijn opvallend netvormig geaderd.

In Nederland werd Lobelia inflata gevonden op een ruderaal terrein bij Apeldoorn (1901), op een akker bij Putten (1957), bij een kruidendrogerij in Doornspijk (1958), een aantal jaren achtereen langs een zandweg bij Veenhuizen (1981, '84, '85) en aan de oever van een gegraven poel in Gaasterland (1994) (Van der Meijden & Vermeulen 1994).

De uitgebloeide planten van Lobelia inflata worden verzameld zodra de vruchten beginnen te rijpen. De drogerij heeft een zwak-onaangename geur en bevat tal van giftige alkaloïden, zoals lobeline, lobelamine, verder nog organische zuren, inflatine, etherische oliën en vette oliën. Lobelia inflata wordt in de homeopathie gebruikt en ook als drug: voornamelijk als vervanging voor sigaretten met nicotine door mensen die het roken (eigenlijk) willen laten. Ze wordt dan meest verkocht onder de naam "Indiaanse tabak". De planten zijn zodanig giftig dat een grote dosis de dood kan veroorzaken. Ook vee kan ziek worden van het eten ervan. Lobelia inflata wordt nog op kleine schaal verbouwd in Nederland, mogelijk voor zaadwinning.

Tijdens een lunchpauze in het veld september 2004 ontdekte ik op ongeveer 350 m van de vorige vindplaats (170,80/404,50) weer twee plantjes van Lobelia inflata. De bloeiende planten stonden op de plaats waar een dode eik was gerooid.
Beide vondsten zijn sprookjesachtig verrassend, maar het is echt gebeurd.

Sigesbeckia orientalis L.
Tijdens een inventarisatiewandeling in 't Goor, bij Volkel, gemeente Uden, werd mijn aandacht extra getrokken door een plant die ik zeker nooit eerder had gezien. Deze eenjarige samengesteldbloemige had zich tijdelijk gevestigd aan het einde, of het begin, van een ruilverkavelingsloofhoutsingel uit de jaren 1960-'70. Er bevonden zich vijf bloeiende planten van ongeveer een meter hoog op een composthoopachtige afvalhoop. Voor mij was het een verrassende vondst in 2002.

Sigesbeckia orientalis L. Plant
Fig. 2: Sigesbeckia orientalis L. Plant.
Om mogelijk meer te weten te komen van deze plant deed zich de volgende gelegenheid voor. Op 21-9-2002 vond de floristische wandeling plaats van district 19 en district 11 (Utrecht) in de omgeving van Culemborg. Ongeveer 20 floristen hebben toen plantendelen bekeken, maar niemand kende deze plant. Ook René van Moorsel kwam niet verder dan dat het een Asteraceae was en zou het verder uitzoeken met de Flora Europaea.

De planten van doen nog het meest denken aan een forse, behaarde, plakkerige Lapsana communis (Akkerkool). Net als bij Akkerkool namelijk hebben de nootjes geen pappus: geen haren, pluis of schubben maar zijn gewoon kaal. De planten worden tot 120 (-190) cm groot. De bladen staan tegenover elkaar, bij Lapsana communis staan ze verspreid. De bladen zijn driehoekig tot spiesvormig, met spitse top, wigvormig aan de basis, onregelmatig getand of gelobd, aflopend in de bladsteel en onderaan vrijwel ongevleugeld. De hoofdjes zitten in losse pluimen en zijn 6 tot 9 mm breed. Er zitten klierharen op het omwindsel en meestal ook op de bloemsteel. De buitenste bloemen hebben korte, gele lintbloemen, de binnenste bloemen zijn buisvormig. Verse planten verspreiden een sterke, niet zo gemakkelijk te benoemen, niet onaangename geur. Over de bloeitijd is weinig te vinden; die hangt uiteraard samen met het klimaat. Onze planten plant bloeien in de nazomer en herfst.

Na enkele weken kreeg ik via Joep Spronk de naam door: Sigesbeckia orientalis. Deze naam is voorlopig: Siegesbeckia orientalis is tot nu toe de enige van dit geslacht die in Europa is gevonden, maar er zijn nog veel meer soorten. Volgens de Flora Europaea komt de soort oorspronkelijk voor in de gematigde en tropische delen van de Oude Wereld. In Zuid-Roemenië zou hij ingeburgerd zijn op ruderale terreinen en langs spoorwegen, elders in dat land -en in Italië?- zou hij hier en daar voorkomen. Volgens de Interactieve flora van NW-Europa is Sigesbeckia orientalis afkomstig uit tropisch Azië en komt hij in Zuid- en Midden-Engeland verspreid voor als adventief, soms in verband met de wolindustrie. Op internet is gemakkelijk te vinden dat de soort inmiddels voorkomt (en als lastig onkruid is ingeburgerd) in Australië, Nieuw-Zeeland, diverse Afrikaanse landen aan de Oostkust en Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en diverse eilanden in de Indische en de Stille Oceaan. Het is een onkruid, bij voorkeur op vochtige, voedselrijke grond, in akkers en op koffie- en theeplantages. Blijkbaar wordt het ook gekweekt en wordt onder andere uit de zaden een olie gewonnen die in de cosmetica wordt gebruikt. In Oost-Afrika en op de eilanden in de Indische Oceaan worden er medicijnen van gemaakt.

Ik heb een paar zaden in mijn tuin gezaaid, met groot succes. Dit is ook gedaan door Fons Reijerse, een zeer gewaardeerd florist uit het Maasheggengebied, met nog groter succes: In onze tuinen komen de planten jaarlijks massaal als onkruid op. Voor zaden van Siegesbeckia oientalis kan men contact opnemen met ondergetekende.

Sigesbeckia was nog nooit eerder in Nederland waargenomen en het is raadselachtig hoe de zaden in Volkel zijn gekomen. Zo blijft het boeiend om in het gras te liggen.


Sigesbeckia orientalis L. Bloeiwijze
Fig. 3: Sigesbeckia orientalis L. Bloeiwijze.

Sigesbeckia orientalis L. Detail van bloeiwijze
Fig. 4: Sigesbeckia orientalis L. Detail van bloeiwijze.

Illustraties



Literatuur


Adres van de auteur
Simonstraat 8; 5402 KE Uden; 0413 267193

Terug naar Publicaties