Gras is om in te liggen, deel 91. april
2005
Determineerhulp bij de gesplitste taxa van de Standaardlijst 2003. O.G. Zijlstra.  


[Dit artikel is overgenomen uit Hypericum, nr. 4, maart 2005, de nieuwsbrief van de Floristische Werkgroep Twente en FLORON Twente. Met tussen vierkante haken een enkele toevoeging over de lokale, Oost-Noord-Brabantse situatie (FLORON-district 19) door John Bruinsma.]

In de Standaardlijst 2003 zijn een aantal taxa van de voorgaande Standaardlijst gesplitst. De nieuwe soorten en ondersoorten zullen in de komende editie van de Heukels’ Flora van Nederland en op een volgende FLORON-streeplijst terug te vinden zijn. Daar het zich echter laat aanzien dat zowel de nieuwe Heukels’ als een nieuwe streeplijst dit jaar niet zullen verschijnen, willen we hier de nieuwe gesplitste taxa alvast behandelen. Waarnemingen van deze (onder)soorten kunnen dan ook dit jaar al worden doorgegeven.


Amaranthus hybridus s.l.
Amaranthus hybridus
(Groene amarant) wordt gesplitst in Amaranthus hybridus subsp. hybridus (Basterdamarant) en Amaranthus hybridus subsp. bouchonii (Franse amarant). [Zie ook Gras is om in te liggen deel 65, Venkraai 145, 1999].
Beide ondersoorten kennen we uit ons FLORON-district [Ook in D19]. Dirkse et al. (1998) sleutelen ze als volgt uit:

1 Bloemdekbladen smal spatelvormig, stomp, met een kort spitsje, meestal duidelijk langer dan de gesteelde vrucht

Amaranthus retroflexus (Papegaaienkruid)

Bloemdekbladen lancetvormig, spits, ongeveer even lang als de vrucht of iets korter, vrucht gedekseld of ongedekseld

--> 2

2 Vrucht met deksel, regelmatig overdwars openspringend (Fig. 1). Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (1,0)2,0-2,5(-3,4) mm lang

Amaranthus hybridus subsp. hybridus

Vrucht zonder deksel, niet openspringend (Fig. 2). Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (0,8)1,5(-2,2) mm lang

Amaranthus hybridus subsp. bouchonii

Amaranthus hybridus subsp. hybridus
Fig. 1. Amaranthus hybridus subsp. hybridus    Bron: Gorteria 24: 70

Amaranthus hybridus subsp. bouchonii
Fig. 2. Amaranthus hybridus subsp. bouchonii    Bron: Gorteria 24: 69

Carex ligerica en Carex reichenbachii
Carex ligerica
(Rivierduinzegge) en Carex reichenbachii (Valse zandzegge) zijn weer terug op de Standaardlijst, na eerder bij Carex arenaria (Zandzegge) te zijn ondergebracht.
Geen van beide soorten zijn ooit in Twente aangetroffen [evenmin in Oost-Brabant, wel in Midden- en Noord-Limburg]. Voor een recente sleutel zie bijvoorbeeld Lambinon et al. (1998).

Dactylorhiza maculata s.l.
Van Dactylorhiza maculata (Gevlekte orchis) wordt Dactylorhiza fuchsii (Bosorchis) afgesplitst. Groeiplaatsen in ons district kennen we niet [ook niet in Oost-Brabant, wel in het Buitengoor bij Mol]. Kreutz & Dekker (2000) geven een melding van Bad Boekelo uit 1989, gebaseerd op een schriftelijke mededeling. Dit jaar zal Bad Boekelo in het kader van het nieuwe FLORON-monitoringproject door Pieter Stolwijk worden bezocht, zodat hierover meer duidelijkheid komt.
D. fuchsii onderscheidt zich van D. maculata door haar diep 3-lobbige kroonlip, waarvan de middelste lob ongeveer even breed is als de zijlobben (Fig. 3) De grootste breedte van het onderste stengelblad ligt in tegenstelling tot D. maculata in de bovenste helft van de bladschijf. De bladonderzijde is glanzend grijsgroen; bij D. maculata dof grijsgroen. D. fuchsii is een plant van kalkhoudende bodems; D. maculata heeft een voorkeur voor zure milieus.
Dactylorhiza fuchsii
Fig. 3. onderlip: bovenste rij: Dactylorhiza fuchsii onderste rij: Dactylorhiza maculata     Bron: Stace 1997

Panicum dichotomiflorum s.l.
Panicum dichotomiflorum (Kale gierst) wordt gesplitst in Panicum dichotomiflorum en Panicum schinzii (Zuid-Afrikaanse gierst).Beide taxa zijn recent in ons FLORON-district waargenomen, bijna alleen in maïsakkers [ook in D19 en in nog oostelijker Brabant].
Reijerse & Stolwijk (2002) geven de volgende sleutel:

Aartje 2,3-2,8 mm lang, aan de top stomp tot weinig spits. Onderste bloem mannelijk. Palea van de onderste bloem tijdens de bloei half-openstaand ('gapend' aartje) (Fig. 4a)

Panicum schinzii

Aartje 2,5-3,5 mm lang, aan de top spits tot toegespitst. Onderste bloem steriel. Palea van de onderste bloem tijdens de bloei gesloten blijvend (Fig. 4b)

Panicum dichotomiflorum
a. Panicum dichotomiflorum  b. Panicum schinzii
Fig. 4. a. Panicum dichotomiflorum b. Panicum schinzii    Bron: Gorteria 28: 79

Pastinaca sativa
Pastinaca sativa
(Pastinaak) wordt gesplitst in twee ondersoorten: Pastinaca sativa subsp. sativa (Pastinaak) en Pastinaca sativa subsp. urens (Brandpastinaak).
Pastinaca sativa subsp. urens is bij ons nog niet gevonden, maar breidt zich de laatste tijd vanuit Zuid- en Middeneuropa naar onze streken uit. Recent is ze bekend geworden van o.a. Zuid-Limburg. Groeiplaatsen aan rivieroevers en ruderale terreinen.
Sleutel, naar Lambinon et al. (1998):

Plant tot 1 m hoog. Takken een scherpe hoek (ca. 40°) met de hoofdstengel vormend. Stengel kantig, diep gegroefd. Schermen duidelijk ongelijk, de centrale groot, met (7-)9-20 stralen van ongelijke lengte; de langste schermstralen tot 7 cm lang

Pastinaca sativa subsp. sativa

Plant tot meer dan 1,5 m hoog. Takken (in ieder geval de onderste) een hoek van ca. 60° met de hoofdstengel vormend. Stengel min of meer cilindervormig, zelden gestreept of iets gegroefd. Schermen enigszins ongelijk, de centrale tot weinig groter dan de overige. Schermstralen 5-7(-9), ongeveer gelijk van lengte; de langste schermstralen tot ongeveer 4 cm lang

Pastinaca sativa subsp. urens

Rosa
Rosa canina (Hondsroos), Rosa rubiginosa (Egelantier) en Rosa villosa (Viltroos) worden gesplitst in meerdere microsoorten. Binnen afzienbare tijd zal in Gorteria deze nieuwe indeling binnen de Rozen worden behandeld. Overigens zijn er enkele ongerechtigheden in Tabel 3 van de Standaardlijst (p. 192) geslopen. Zo horen Rosa columnifera en Rosa elliptica niet bij de Rosa canina-, maar bij de Rosa rubiginosa-groep. De abusievelijk bij deze groep geplaatste Rosa pseudoscabriuscula hoort thuis bij de Rosa villosa-groep.
Een determinatiesleutel, beschrijvingen van de microsoorten alsmede taxonomische en ecologische achtergronden zijn te vinden bij Thomaes et al. (2004).

Vicia sativa
Vicia sativa subsp. nigra (Smalle wikke) wordt gesplitst in Vicia sativa subsp. sativa en Vicia sativa subsp. segetalis (Vergeten wikke).
Lambinon et al. noemt Vicia sativa subsp. segetalis "waarschijnlijk de meest voorkomende ondersoort in het gebied van de Flora, nu eens verward met subsp. nigra, dan weer met de subsp. sativa; twijfelachtig inheems, maar in ieder geval al sinds lang ingeburgerd". Dit geldt waarschijnlijk ook voor ons land! Onderstaande sleutel, waarin ook subsp. sativa is opgenomen, is gebaseerd op Lambinon et al. (1998), Sebald et al. (1992) en Stace (1987):

1 Bladen >5 mm breed. Bloemen 18-30 mm lang. Peulen bij rijpheid bruin tot bruingeel wordend, meest zacht behaard

Vicia sativa subsp. sativa

Bladen 2-6 mm breed. Bloemen 9-26 mm lang. Peulen bij rijpheid donkerbruin tot zwart wordend, kaal

--> 2

2 Bovenste bladen 2-3 mm breed. Kelk ongeveer half zo lang als de vlag, deze loodrecht naar boven gebogen. Peulen 30-40 mm lang

Vicia sativa subsp. nigra

Bovenste bladen 3-6 mm breed. Kelk ongeveer ¾ zo lang als de vlag, deze met een hoek van 30-45° naar boven gebogen. Peulen tot 70 mm lang

Vicia sativa subsp. segetalis

Sagina apetala
Sagina apetala (Tengere vetmuur) wordt opnieuw gesplitst in Sagina apetala subsp. apetala (Donkere vetmuur) en Sagina apetala subsp. erecta (Uitstaande vetmuur).
We kennen in ons FLORON-district alleen Sagina apetala subsp. erecta, die zich de laatste vijftien jaar sterk heeft uitgebreid in het stedelijk gebied. [Bij mijn weten is er in D19 zelden naar de ondersoorten gekeken.]
Sleutel, naar Lambinon et al. (1998):

Kelkbladen 1-1,6 mm lang, in de vruchttijd meestal recht afstaand. Bladen tenminste bij de voet met stijve wimperharen (Fig. 5A)

Sagina apetala subsp. erecta

Kelkbladen 1,7-2,2 mm lang, meestal tegen de rijpe vrucht aanliggend. Bladen kaal of de bovenste iets klierharig (Fig. 5B)

Sagina apetala subsp. apetala

Sagina apetala
Fig. 5. A. Sagina apetala subsp. erecta    B. Sagina apetala subsp. apetala    Bron: Jonsell 2001)

Literatuur



Terug naar Publicaties