Gras is om in te liggen, deel 86. maart
2004
Toch Cypergrassen in en rond Eindhoven. Joep Spronk.  


Na een aantal jaren naarstig zoeken, zijn de afgelopen paar inventarisatieseizoenen ons eindelijk wat Cypergrassen in de schoot geworpen.
We wisten dat in 'onze' omgeving Bruin cypergras (Cyperus fuscus) was gevonden, maar onze bezoeken leverden of een compleet overgroeide greppel met weliswaar Paardenhaarzegge (Carex appropinquata) op maar zeker geen open stukjes met de gezochte soort.
Onze zoektochten naar de door agrariers en plantenziektenkundige dienst vermelde Knolcyperus (Cyperus esculentus) leverden weinig op. Slechts een enkele vondst van de soort werd door ons gedaan, terwijl er redelijk wat uurhokken - in 'ons' vierkant rond Eindhoven - opgegeven waren: zowel in 1985 als 1991 4.
Na al het vergeefse zoeken naar Cypergrassen werden we de afgelopen paar jaar verblijd met nieuwe vondsten van bekende soorten uit het geslacht en ook met vondsten van tot dusver onbekende taxa.


Bruin cypergras (Cyperus fuscus) (habitus) Bruin cypergras (Cyperus fuscus)
Bruin cypergras is een kleine, eenjarige plant. De hoogte varieert normaliter van 2 tot 20 cm, maar is bij ons hooguit 10 cm hoog.
De bladen zijn 1-5 mm breed. Het aantal schutbladen bedraagt 2-4, soms 5.
De bloeiwijze bestaat uit 3 - 8 hoofdstralen, die tot 4 cm lang zijn.
De aartjes zijn 3-6 mm lang en 1-2 mm breed en zij bevatten 10 tot 20 bloemen.
De kafjes zijn 1-1,3 mm lang en 0,7-0,8 mm breed. Elke bloem heeft twee meeldraden.
In 2002 werd in vrij grote hoeveelheden Bruin cypergras aangetroffen langs de Oude Gracht in Eindhoven. Alle omstandigheden wijzen op opslag uit de oorspronkelijke zaadbank, hoewel de soort niet eerder hier werd opgegeven. De oevers van de Oude Gracht waren redelijk recent afgegraven en bevatten veel Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis), een soort die wij normaal vinden onder voedselarme omstandigheden, in vennen. Bruin cypergras is een wilde soort in Nederland. Bij ons blijft het aantal meldingen zeer schaars: geen voor 1950, één in de periode 1980-1989 en één in de jaren '90. De vondsten in de twee kilometerhokken in 2002 waren dan ook imposant in tegenstelling tot het formaat van de soort natuurlijk. Bij ons floristen is die verhouding inderdaad vaak omgekeerd evenredig.
Bruin cypergras was eerder alleen bekend uit Bokt en van een vloeiweide bij Valkenswaard (Huub van Melick 1995).



Knolcyperus Deelbloeiwijze Knolcyperus (Cyperus esculentus)
Knolcyperus is een lage tot middelhoge, overblijvende plant (5-60 cm).
De soort vormt knolletjes met het formaat van erwten.
De bladen zijn 2-10 mm breed.
Onder de bloeiwijze met 4-10 hoofdstralen staan 2-9 schutbladen.
De lengte van de hoofdstralen is maximaal 10 cm.
De aartjes zijn 5-16 mm lang en 1-2,5 mm breed.
De aartjes bevatten 6 tot 22 bloemen.
De kafjes zijn 2-3 mm lang en ongeveer 2 mm breed.
Het aantal meeldraden per bloem is 3.
Na vondsten van Knolcyperus in een akker bij Valkenswaard (Peter Backbier 1985) en aan de rand van een maisakker bij Sterksel-De Pan (Fred Lambert 1995) werd recentelijk de soort gevonden in Urkhoven (John Bruinsma 2001) en in de berm van de vernieuwde N265 tussen Son en Nijnsel (John Bruinsma 2003). In het Urkhovense geval mag toch wel gesproken worden van een merkwaardigheid. Daar werd een akker gedomineerd door Knolcyperus, zoals dat door de agrariërs gevreesd wordt. Toch werd het bestaan van de soort hier nauwlijks opgemerkt, omdat er geen bloei aanwezig was en omdat minstens de gedachten al aan de andere kant van de weg waren. Bij Son bloeide de Knolcyperus prachtig. Hiernaast is een deel van de bloeiwijze afgebeeld.



Lang cypergras bloeiwijze Lang cypergras (Cyperus longus)
Lang cypergras is inderdaad een hoge vertegenwoordiger uit het geslacht Cypergrassen.
De overblijvende soort wordt 20 - 150 cm hoog.
De bladbreedte is tussen 2 en 10 mm.
Het aantal schutbladen is gemeten tussen 2 en 6.
Slecht ontwikkelde exemplaren hebben 2 hoofdstralen en zeer goed ontwikkelde tot 10.
De lengte van de stralen kan oplopen tot 35 cm.
De aartjes hebben een lengte tussen 4 en 25 mm (met uitschieters tot 60 mm) en zijn 1 - 2 mm breed.
Het aantal bloemen per aartje is uiteraard afhankelijk van de lengte en ligt tussen 6 en 32.
De kafjes zijn 2-3 mm lang en 1,5-2 mm breed. Een bloem heeft 3 meeldraden.
Heel mooi is de in de tuinwereld gebruikte nederlandse naam van Cyperus longus niet. Bij gebrek aan beter duid ik hiermee toch de soort aan die bij Hulsel stond te pronken in een (waarschijnlijk pas gegraven) poel. Ons forse - exemplaar kwam overduidelijk uit een kwekerij. Niet alleen was de pol de enige vegetatie in de poel, maar met Hoog cypergras was Zwaardrus (Juncus ensifolius) meegekomen. Eigenlijk is het enig belangwekkende aan de melding dat deze is waargenomen en dat eventueel langer volhouden van de soort ter plaatse herleid kan worden aan deze melding.



Bleek cypergras (deelbloeiwijze) Bleek cypergras (Cyperus eragrostis)
Bleek cypergras is een overblijvende soort die tussen 25 en 90 cm hoog wordt.
De bladbreedte bedraagt 4 - 10 mm.
Onder bloeiwijze bevinden zich 5 tot 11 schutbladen.
Het aantal hoofdstralen van de bloeiwjze is 8-10.
De lengte van de stralen is tot 12 cm, maar een aantal stralen is zeer kort.
De aartjes zijn bolvormig samengesteld.
Een aartje is 8-13 mm lang en 1,8-3 mm breed en heeft 14 tot 30 bloemen.
De kafjes zijn 2-3 mm lang en 1-1,5 mm breed. Elke bloem heeft 1 meeldraad.
Het tweede nieuwe cypergras is afkomstig van industrieterrein 'De Hurk'. In een waterhoudende greppel stond laat in het seizoen Bleek cypergras. Er was slechts één pol aanwezig en deze werd in zijn geheel verzameld om in het herbarium van het MEC opgenomen te worden. Het op naam brengen van het exemplaar was geen heel eenvoudige zaak, omdat ondanks de warme en lange zomer de zuidelijke soort aartjes had waarin wat weinig bloemen aanwezig waren. Bovendien bevatte de eerste bloem die ik openmaakte (de onderste van het aartje) twee meeldraden, waar de wetenschap voor deze soort er welgeteld één voorschrijft. De hogere bloemen bevatten gelukkig inderdaad maar die ene meeldraad, zodat ook na controle door Rian Rensen - de naam definitief (voor zover dat bij ons bestaat) werd vastgesteld op Bleek cypergras. Het genoegen van de gedachte een nieuwe soort in de omgeving gevonden te hebben duurde tot het verschijnen van de publicatie van de nieuwe vondsten in de regio. Daaruit bleek dat Bleek cypergras door Rutger Barendse gevonden was bij Gemert (Peelse Loop).



Literatuur


Adres van de auteur
Heggeranklaan 12; 5643 BR Eindhoven;
Terug naar Publicaties