Gras is om in te liggen, deel 85. januari
2004
Platanus hispanica - Plataan. John Bruinsma en Toon van der Schans.  


In deze rubriek houden we als regel de naam aan die gebruikt wordt in Van der Meijden 1996 (Heukels). Daarom noemen we de hier besproken boom Platanus hispanica, en (nog?) niet zoals hij in recentere gezaghebbende literatuur wordt genoemd: Platanus x acerifolia (Boom 2000)en ook niet, zoals je wel tegenkomt, P. hybrida of P. acerifolia.

Figuur 1. Kiemplanten van Platanus hispida - Plataan. Eindhoven 23 sept. 2003.
Fig. 1: Kiemplanten van Platanus hispida Plataan.
Eindhoven 23 sept. 2003.
Platanus hispanica, in het Nederlands 'Plataan', komt spontaan op een groot aantal plaatsen in Nederland voor. In 2002 had jb voor zover bekend de eerste Eindhovense gezien: op de stoep precies daar waar het Eindhovens Kanaal in de stad dood loopt. Het was naïef die enkele plant niet voor het herbarium uit te roeien. Hij is toch verdwenen, en als je weet hoe grondig die stoep geborsteld wordt, is dat niet zo vreemd.

In 2003 hebben we eind augustus, op de laatste avond van het werkgroepbuitenseizoen, wederom spontaan gevestigde platanen bij het Eindhovens Kanaal gezien. Dit keer ter hoogte van de nieuwe brug net binnen de rondweg, aan beide zijden van het kanaal. De meeste daarvan waren dit jaar gekiemd. Aan de kant van de Campina echter staat in een spleet tussen twee betonnen beschoeiingdelen een boompje dat al een paar jaar oud is. Als er niets gebeurt, zal het de beschoeiing vernielen; te verwachten valt dat de gemeente er wel bonsai van zal maken.

In de herfst van 2002 werd een nog veel grotere vindplaats in Eindhoven ontdekt: op het zand van de voormalige fietsenstalling langs de Boschdijktunnel, langs het plantsoen bij het politiebureau. De fietsenstalling is opgeheven, de trottoirtegels gelicht en daar staan een kleine honderd dit jaar gekiemde boompjes. Uiteraard alleen zolang ze er getolereerd worden. Naar de herkomst van het zaad laat zich niet lang raden. Zaaddragende volwassen Platanen staan er vlak langs.

Misschien is het toeval, maar ook in Utrecht zijn dit jaar massaal Platanen gekiemd op heel vers zand (waarnemingen Lente Bruinsma). Dat is in die stad in ruime mate voorhanden in het kader van de aanleg van een busbaan dwars door de binnenstad. Overigens waren Platanen er al jaren bekend, onder andere als muurplant. Ook van andere steden is Plataan bekend. Heel fraaie staan op een droge oude muur langs de IJssel in Deventer, even ten noorden van de veerstoep. En ook Amsterdam zijn er Platanen op muren. Als trottoirplant heeft jb hem in 2001 ook in Leeuwarden gezien, toch verrassend voor een soort die we met Zuid-Europa associëren.

Bovengenoemde droge vindplaatsen zijn niet de enige waar Platanus hispanica opslaat. 'De' Flora vermeldt dat Platanen onder andere op grindbeddingen opslaan. Het eerste in het MEC opgeborgen exemplaar komt van langs een rivier op een iets andere standplaats: tussen stenen van de dijkbekleding bij Venlo. In Eindhoven en Rotterdam (Andeweg en Florusse 2002) staan ook planten op vochtige kademuren.

Een rondje bladeren in ons ter beschikking staande flora-atlassen van delen van Nederland en in Gorteria levert niet zo heel veel op.
Figuur 2. Bladen en vruchten van Platanus hispanica. Vrucht plm 3 cm doorsnede. Uit boom 2000.
Fig. 2: Bladen en vruchten van Platanus hispanica. Vrucht plm 3 cm doorsnede.
Uit boom 2000.
Drenthe meldt expliciet dat er nog nooit spontane verjonging is gezien (Werkgroep Florakartering Drenthe 1999), Oost-Gelderland schrijft over zaailingen op een braakliggende fabrieksterrein in Winterswijk (Te Linde en Van den Berg 2003), Zuid-Limburg schrijft niet over soorten die niet op de Standaardlijst staan (Blink 1997), in Epe komt hij niet voor (De Boer 2000) en in groot-Amsterdam zijn 38 meldingen: "wordt op sommige plaatsen soms ook verwilderend aangetroffen." De eerste melding in Gorteria is uit 1984: op grind langs de Maas bij Meers (Gorteria 13, 61). Daarbij wordt aangetekend dat er in aangrenzend Duitsland recent waarnemingen bekend zijn van spontane vestigingen op warme vochtige plaatsen langs rivieren en kanalen. De tweede keer wordt het voorkomen in Amsterdam en andere grote steden (o.a. Rotterdam) beschreven (Denters 1995, Gorteria 21, 179).

De meeste jonge Platanen die wij gezien hebben, staan niet zo ver van hun ouders. De wind rolt de zaadbollen en later de losse zaden wat heen en weer. Transport over water kan voor verder transport zorgen. Dat bleek onder andere uit (nog te publiceren) kweekproeven van Ger Boedeltje, die onderzocht welke voortplantingsdelen ronddreven in het Twentekanaal. In dat kader heeft jb een tijdje een onbekende plant gekweekt, die later door de in Utrecht wonende muurplantenkenner Bert Maes onmiddellijk als Platanus hispanica werd gedetermineerd. Op mijn vraag hoe hij daar zo zeker van kon zijn, daaraan toevoegend: "Die is in Utrecht heel gewoon."

Nu zal het wellicht verbazen dat het determineren van een Plataan problemen kan geven. Het grote, handvormige, leerachtige blad is onmiskenbaar. De eerste bladen van een gekiemde plant daarentegen zijn helemaal niet zo ingesneden, wel een beetje gelobd, maar nog lang niet platanig. Om een idee te geven hoe die blaadjes eruit zien, een fotokopie van enige jonge platanen (fig. 1).


Figuur 3.  Platanus occidentalis en Platanus orientalis. Uit Boom 2000. .
Fig. 3: Platanus occidentalis en Platanus orientalis.
Uit Boom 2000.
De oorsprong van de veel toegepaste Platanus hispanica is enigszins duister. Volgens de elkaar overschrijvende literatuur is het mogelijk een in cultuur ontstane kruising. Volgens Hendriks (1957) is hij verminderd vruchtbaar. In elk geval bewijst het spontane uitzaaien, dat minstens een deel van de zaden levenskrachtig is. De beide ouders zouden Platanus occidentalis (Westerse plataan) en Platanus orientalis (Oosterse plataan) zijn. Deze worden ook in Nederland aangeplant, veel zeldzamer dan Platanus hispanica. Volgens Hendriks (1957) zouden latere bladen van spontaan gevestigde Platanen er ongeveer uitzien als die van P. orientalis (zie tabel hieronder en fig. 2 en 3), maar aan de vijf tot tien jaar oude planten van ons herbariummateriaal (fig. 4) en op de foto in Andeweg en Florusse (2002) zijn volgens ons alleen 'standaard' hispanica-bladen te zien.

De verschilkenmerken, samengevat uit De Koning 2000 (Boom) en Hendriks 1957 zijn samengevat in tabel 1:

Tabel 1. Verschillen tussen Platanus orientalis, hispanica en occidentalis
kenmerk \ soort orientalis hispanica occidentalis

Bladvorm (zie figuur 2 en 3)

Diep en spits ingesneden, vaak langer dan breed. 5-7-lobbig. Met 3-5 spits getande lobben tot ongeveer 1/3 ingesneden; middenlob even lang als breed Vaak breder dan lang; 3-5 weinig getande lobben; meestal 3-lobbig
Schors In grote plakken afschilferend vaalgroen tot groenig-wit Lichtgroen afschilferende donkergroene schors In kleine plakjes afschilferend, cremewit; donkerbruin aan de voet van oude bomen
Bloeiwijze 2-6 bijeen. Haren steken uit de bloeiwijze 2-3 bijeen. Haren steken niet uit de bloeiwijze. Alleenstaand. Haren ons niet bekend.
Uitlopende twijgen Jonge twijgen grijsviltig behaard. Lichtbruin behaard 1 Ons niet bekend.
1Heimans (1965) vermeldt dat de haren van twijgen en jonge bladen kunnen in het voorjaar problemen veroorzaken aan de luchtwegen. Bij TvdS is een geval bekend van luchtweg-problemen tijdens het snoeien van jong hout.



Figuur 4. Tak van oudere, spontaan gevestigde Plataan in de kademuur van het Eindhovens Kanaal.
Fig. 4: Tak van oudere, spontaan gevestigde Plataan in de kademuur van het Eindhovens Kanaal.

Literatuur


Adressen van de auteurs
JB: Thorbeckelaan 24; 5694 CR Breugel, 0499-473384; bruinsma@dse.nl
TvdS: Simonstraat 8; 5402 KE Uden; 0413-267193
Terug naar Publicaties