Gras is om in te liggen, deel 83. september
2003
Metasequioa glyptostroboides (Watercipres) en Taxodium distichum (Moerascipres). Toon van der Schans.  


Watercipres (Metasequioa glyptostroboides) en Moerascipres (Taxodium distichum) komen niet in de Heukels (Van der Meijden 1996) voor. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld twee andere exoten als Amerikaanse eik (Quercus rubra) en Robinia (Robinia pseudo-acacia). De Watercipres komt uit ZW-China, de Moerascipres uit het Zuiden van de Verenigde Staten en uit Mexico. Omdat beide cipressen zich ook uitzaaien, is het goed om over deze soorten eens in het gras te gaan liggen en om er buiten naar uit te kijken. Van Moerascipres zijn inmiddels in ons FLORON-district Oost-Brabant 2 opgaves, van Watercipres nog geen.

In Nederland worden beide toegepast in parken, lanen en als solitaire boom. Daar kunnen ze uit zaad opslaan. Verder zijn ze te verwachten op vochtige, moerassige plaatsen waar kiemplekken zijn, bij voorbeeld op recent afgeschaafde beekoevers.

Beide soorten zijn Naaktzadigen, ze horen tot de familie van de Taxodiaceae. Hoewel ze bij twee verschillende geslachten zijn ingedeeld, lijken ze erg op elkaar wat betreft de vorm van de boom, groeiwijze en bladvorm. De eerste indruk is, dat er ook geen verschil is in stam, twijg, knop en naalden. Bij nader inzien zijn er interessante verschillen en overeenkomsten. Hieronder zijn de belangrijkste op een rij gezet.

Taxodiaceae

Metasequioa glyptostroboides (Watercipres)Taxodium distichum (Moerascipres)
zomergroenzomergroen
Groeit onder drogere omstandighedenKan onder zeer vochtige omstandigheden groeien
Vormt geen kniewortels (luchtwortels)Vormt zeer fraaie luchtwortels
Takken meer omhoog gerichtTakken bijna recht afstaand
Takken en twijgen verspreid ingeplantTakken en twijgen verspreid ingeplant
Bladknoppen in de winter goed zichtbaarBladknoppen in de winter bijna niet zichtbaar
Knoppen lopen april-mei uitKnoppen lopen mei-juni uit
Zijtwijgjes spiraalsgewijs ingeplant, tot 12 cm langZijtwijgjes verspreid ingeplant, tot 10 cm lang
Kortloten tegenoverstaandKortloten verspreid
Naalden tegenoverstaand in twee rijen Naalden verspreid in twee rijen
Naalden 1 tot 3 cm langNaalden aan kortloten 1 cm lang
Naalden aan de onderzijde grijsgroenNaalden aan de onderzijde met twee grijze strepen
Naalden allemaal dezelfde vormNaalden aan de langloten schubvormig
Mannelijke bloemen in katjesMannelijke bloemen in katjes
Vrouwelijke bloemen aan de laatste 20 cm van hoofd- en zijtwijgenVrouwelijke bloemen aan de uiteinden van vorig jaar gevormde twijgen
Kegels met een 5 cm lange steel, bolvormig, tot 2,5 cm doorsnede, zonder stekelpunt op de schubbenKegels met een zeer korte steel, bolvormig, tot 3 cm doorsnede, met een centraal geplaatste stekelpunt op de schubben
In de herfst vallen de zijtwijgjes af met de naaldjesIn de herfst vallen de zijtwijgjes met de naalden af samen met de kortloten (dat zijn takken zonder knoppen)
Naalden vallen in enkele dagen afHoudt in de herfst lang de verkleurde naalden vast
Knoppen zijn ingeplant onder de zijtwijgjes en niet in de oksels (dit is uniek voor deze soort)Knoppen zitten verzonken achter een schubje verspreid over de twijg


Verschil tussen Metasequioa glyptostroboides (Watercipres) en Taxodium distichum (Moerascipres).

Literatuur



Adres van de auteur:
Simonstraat 8, 5402 KE Uden. Tel.: 0413-267193 Terug naar Publicaties