Gras is om in te liggen, deel 82. mei
2003
De betekenis van laaglandbeken voor planten en vegetaties. John Bruinsma.  


Sinds 1970 is de Bekenwerkgroep Nederland aktief. Deze werkgroep bestaat uit biologen, ecologen, een chemicus en enige amateurs, waaronder schrijver dezes. Zij onderzoeken de Nederlandse (en West-Europese) laaglandbeken. Daarbij ligt het accent op de studie van de watervegetaties in relatie tot de omgeving.

De gemiddelde Venkraai-lezer woont niet zo ver van een beek en anders stroomt er wel een door zijn geliefde excursiegebied. Dommel, Tongelreep, Beerze, Strijper Aa, Run, Keersop, Reusel, Essche Stroom zijn allemaal beken waar de Bekenwerkgroep vegetatieopnames heeft gemaakt. Beken zijn voor waterplanten een bijzondere standplaats. 'Stroming' is volgens ons een factor die onderschat wordt bij de studie van waterplanten, juist als het gaat om onze relatief langzaam stromende beken. Laaglandbeken stromen langzamer dan de snel tot zeer snel stromende berg- en heuvellandbeken, waar planten over het algemeen een veel kleinere rol spelen. Daartegenover staat dat laaglandbeken sneller stromen dan sloten, die overigens evenmin stilstaan.

Figuur 1: Bekenwerkgroep Nederland in de Tongelreep

Figuur 1: Bekenwerkgroep Nederland in de Tongelreep

Het artikel begint met een inleiding over laaglandbeken. Daarna wordt de relatie tussen stroming en waterplanten geïllustreerd aan de hand van een hogere plant (Luronium natans –Drijvende waterweegbree) en van een kranswier (Nitella flexilis –Buigzaam glanswier). Tenslotte beschrijven we de veranderingen die we in de beken gezien hebben en poneren we een stelling die de lezers van de discussie over Kleine Dommel in Geldrop (Venkraai 129 t/m 134) niet vreemd zal voorkomen.

Laaglandbeken
Stromend water kent zijn eigen levensvormen. Beekvissen, beekjuffer, vlokreeften, vlottende waterranonkel enz. De betekenis van waterplanten is onderbelicht. Dat is niet alleen inhoudelijk aanvechtbaar, ook door Europese wetgeving (Kaderrichtlijn Water) wordt dit aspect belangrijker. Zuid- en Oost-Nederland zijn dooraderd met laaglandbeken, een bedreigde vorm, doordat juist het Europese laagland in cultuur is gebracht en de waterhuishouding vaak sterk is gewijzigd.

In de Achterhoek, op de Veluwe, in Limburg en Zuidoost-Brabant komen relatief snelstromende beken voor met vlottende waterplanten. Er zijn ook uiterst traag stromende (moerasland)beken. Hierin kan een grote variatie aan water- en oeverplanten aanwezig zijn. Dergelijke beken zijn in goed ontwikkelde vorm in Nederland niet meer aanwezig.

Meandering, wisseling van substraat, verschillen in kenmerken van het voedingsgebied (omvang, reliëf, bodem en gebruik) en de verandering in samenstelling en hoeveelheid van water in benedenstroomse richting, maken dat beken veel variatie vertonen. Ondanks normalisatie en verontreiniging is die variatie in de verspreiding van waterplanten nog hier en daar zichtbaar.

Stromend water is een belangrijk biotoop voor Luronium natans (Drijvende waterweegbree), een Habitatrichtlijn-soort
Luronium natans is een van de soorten waarvoor stromend water een belangrijk biotoop is. Hij komt daar voor in veel voedselrijkere omstandigheden en met andere begeleidende soorten dan in stilstaand water. Deze stelling wordt geïllustreerd aan de hand van de vergelijking tussen opnames in beken en de beschrijving van opnames in stilstaand water.

De 15 beekopnames met Luronium natans in de tabel zijn gemaakt in de Heukelomse beek (Noord-Limburg), Run, Kleine Beerze, Grote Beerze, Reusel (Midden-Brabant), Kleine Beek (West-Brabant).

Deze opnames zijn vergeleken met meestal in stilstaand water gemaakte opnames die gebruikt zijn voor "De Vegetatie van Nederland". Luronium natans is hier een van de kensoorten van de Littorelletea en daarnaast komt hij voor in de Callitricho-Myriophylletum alterniflori associatie. De kensoorten van de Littorelletea zijn: Luronium natans, Echinodorus ranunculoides (Stijve moerasweegbree), Eleocharis multicaulis (Veelstengelige waterbies), Juncus bulbosus (Knolrus), Littorella uniflora (Oeverkruid) en Potamogeton polygonifolius (Duizendknoopfonteinkruid). De kensoort van de Callitricho-Myriophylletum alterniflori associatie is Myriophyllum alterniflorum (Teer vederkruid). Potamogeton natans (Drijvend fonteinkruid) komt met hoge presentie voor. Daarnaast worden met zekere regelmaat ook soorten uit de klasse Littorelletea aangetroffen.
In de 15 beekopnames is er maar één soort uit bovenstaande opsomming die regelmatig samen met Luronium natans voorkomt: Potamogeton natans. De meeste soorten in de beekopnames indiceren veel voedselrijkere omstandigheden.

Figuur 2: Callitriche obtusangula in de Beekbergerbeek

Figuur 2: Callitriche obtusangula in de Beekbergerbeek


Het aangeven van beken als een afwijkende standplaats van Luronium natans is ook van belang omdat Luronium natans een van de (slechts?) drie soorten hogere planten is, waarvan in het kader van de Europese wetgeving (Habitatrichtlijn) de standplaatsen beschermd moeten worden. In een aantal Brabantse beken komt de soort massaal en over een langere periode voor. Het ligt voor de hand om deze beken op te nemen in de lijst van beschermde biotopen en uiteraard ook beschermende maatregelen te nemen in de bijbehorende beekdalen. In onze regio gaat het om de Grote en Kleine Beerze, de Run en de Reusel; in West-Brabant om de Kleine beek ten zuiden van Zundert.

Op met Luronium natans vergelijkbare wijze geldt voor meer soorten dat zij in beken onder andere (voedselrijkere) omstandigheden groeien dan in stilstaand water mogelijk is. Naar onze ervaring zijn dat: Callitriche hamulata (Haaksterrenkroos), Myriophyllum alterniflorum (Teer vederkruid), Nitella flexilis (Buigzaam glanswier), Potamogeton polygonifolius (Duizendknoopfonteinkruid), Potamogeton alpinus (Rossig fonteinkruid), Potamogeton berchtoldii (Klein fonteinkruid) en Ranunculus peltatus (Grote waterranonkel). Mogelijk geldt het ook voor Callitriche platycarpa (Gewoon sterrenkroos), Eleocharis acicularis (Naaldwaterbies), Potamogeton trichoides (Haarfonteinkruid) en Sparganium emersum (Kleine egelskop). De ecologie van deze soorten en van de plantengemeenschappen waarin ze voorkomen kan alleen goed begrepen worden door de factor stroming in de beschouwingen te betrekken.

Begeleidende soorten in opnames in beken waar Luronium natans ten minste lokaal frekwent voorkomt (n= 15).

aantal
15Luronium natansDrijvende waterweegbree
14Potamogeton natansDrijvend fonteinkruid
13Glyceria fluitansMannagras
12Phalaris arundinaceaRietgras
11Elodea nuttalliiSmalle waterpest
11Sparganium emersumKleine egelskop
11Potamogeton trichoidesHaarfonteinkruid
10Agrostis stoloniferaFioringras
8DraadwierDraadwier
7Callitriche platycarpaGewoon sterrenkroos
7Glyceria maximaLiesgras
6Potamogeton crispusGekroesd fonteinkruid
6Callitriche hamulataHaaksterrekroos
6Myosotis laxa (subsp. cespitosa)Zompvergeet-mij-nietje
6Myosotis palustrisMoerasvergeet-mij-nietje
6Alisma plantago-aquaticaGrote waterweegbree
5Ranunculus peltatus var. heterophyllusPenseelbladige waterranonkel
5Lemna minorKlein kroos
5Polygonum hydropiperWaterpeper

Verschil in voorkomen van het kranswier Nitella flexilis in stromend en stilstaand water

In de volgende tabel wordt vergeleken met welke soorten Nitella flexilis voorkomt in stromend water (beken) en in stagnante (=stilstaande) wateren. Nitella flexilis komt in deze opnames minstens 'plaatselijk frequent' of met minstens 10% bedekking voor.

Figuur 3: Onderwatervegetatie in de Keersop

Figuur 3: Onderwatervegetatie in de Keersop

Zowel in stromend als in stilstaand water komt Nitella flexilis voor in voedselrijke omstandigheden. In beken groeit hij in voedselrijke boven- en middenlopen. Bijna alle beken zijn ondiep (20-80 cm) en vegetatierijk. Er is geen of weinig organisch slib op de bodem.

De vegetatie van deze beken wordt voor een aanzienlijk deel gevormd door planten die gewoonlijk boven water uitsteken, maar hier onder water of met hun bovenste delen drijvend groeien. Dat Nitella flexilis in stromend water in sterk voedselrijke omstandigheden kan optreden, hangt waarschijnlijk samen met de factor 'stroming' en daarmee samenhangende factoren.
Voor planten zijn belangrijkste factoren de afvoer van organisch slib, waardoor een voedselarme bodem ontstaat, en het niet ontstaan van een afsluitend kroosdek. Omdat Nitella flexilis waarschijnlijk een groot deel van zijn voedsel opneemt via zijn bovengrondse delen, is hij in het voordeel in voedselrijk water boven een voedselarme bodem. Stroming zorgt ervoor dat organisch materiaal wordt afgevoerd en zodoende de bodem voedselarm blijft.
In opnames met Nitella flexilis voorkomende soorten in stromend en stilstaand water

type water:

stromend

stilstaand

Nitella flexilisBuigzaam glanswier

13

22

Callitriche platycarpaGewoon sterrenkroos

12

-

Sparganium emersumKleine egelskop

11

-

Callitriche hamulataHaaksterrenkroos

9

-

Glyceria fluitansMannagras

8

-

Alisma plantago-aquaticaGrote waterweegbree

7

-

Agrostis stoloniferaFioringras

5

-

Lemna minor/gibbaKlein/Bultkroos

8

13

Groene draadwierenGroene draadwieren

6

5

Potamogeton natansDrijvend fonteinkruid

4

7

Elodea nuttalliiSmalle waterpest

2

8

Potamogeton pusillusTenger fonteinkruid

1

5

Sparganium erectumGrote egelskop

1

4

Spirodela polyrhizaVeelwortelig kroos

-

10

Chara globularisBreekbaar kransblad

-

8

Lemna trisulcaPuntkroos

-

8

Riccia fluitansWatervorkje

-

6

Hydrocharis morsus-ranaeKikkerbeet

-

6

Stratiotes aloidesKrabbenscheer

-

5

Wolffia arrhizaWortelloos kroos

-

5

Ceratophyllum demersumGrof hoornblad

-

4


Veranderingen in stromend water

Gedurende de dertig jaar dat de Bekenwerkgroep Nederland laaglandbeken heeft gemonsterd, zijn deze sterk van karakter veranderd. Enerzijds zijn de meest vervuilde beken minder vuil geworden, vooral door het saneren van open riolen. Anderzijds zijn ook bijna alle echt schone beken verdwenen. Begroeiingen met typische beeksoorten en beekvormen worden steeds zeldzamer. De beken zijn over het algemeen troebeler geworden. De bodem is bedekt geraakt met een toenemende sapropeliumlaag. Dit is vooral het gevolg van de uit- en afspoeling van meststoffen uit de landbouw. In het algemeen worden onder water groeiende soorten zeldzamer en drijvende soorten en bovenwater uit stekende algemener. De veranderingen in midden- en benedenlopen zijn groter dan die in de bovenlopen.

Achteruitgegaan zijn:
Callitriche stagnalis Gevleugeld sterrenkroos
Myriophyllum alterniflorum Teer vederkruid
Potamogeton alpinus Rossig fonteinkruid
Ranunculus peltatus var. heterophyllus Penseelbladige waterranonkel
Ranunculus fluitans Vlottende waterranonkel

Toegenomen zijn:
Callitriche obtusangula Stomphoekig sterrenkroos
Elodea nuttallii Smalle waterpest
Potamogeton trichoides Haarfonteinkruid

Bovenstaande verandering wordt geïllustreerd aan de hand van twee opnames in de middenlopen van beken. Opnametechniek Domin-schaal = gedecimaliseerde Tansley-schaal; zie bijlage.
Dommel bij Valkenswaard
Jaar

'71

'91

 
Elodea canadensis

5

.

Brede waterpest
Luronium natans

2

.

Drijvende waterweegbree
Potamogeton natans

2

.

Drijvend fonteinkruid
Sparganium emersum

2

.

Kleine egelskop
Elodea nuttallii

.

7

Smalle waterpest
Callitriche platycarpa

.3

5

Gewoon sterrenkroos

Tongelreep bij de Achelse Kluis
Jaar'88'90'97 
Bedekking totaal (%)70302 
Elodea nuttallii53.Smalle waterpest
Ranunculus pelt. var. heterophyllus7..Penseelbladige waterranonkel
Ranunculus peltatus.3.Grote waterranonkel
Ranunculus fluitans .3.Vlottende waterranonkel
Callitriche platycarpa75.Gewoon sterrenkroos
Callitriche species ..3Sterrenkroos (G)
Callitriche obtusangula .5.Stomphoekig sterrenkroos
Potamogeton crispus 551Gekroesd fonteinkruid
Potamogeton pectinatus97.Schedefonteinkruid
Potamogeton trichoides..4Haarfonteinkruid
Sparganium emersum53.Kleine egelskop

Beekherstel
Hermeandering is vooral voor waterbeestjes van belang. Zij reageren op de kleine verschillen tussen korrelgrootte van het substraat, verschillen in zuurstofvoorziening en dergelijke. Voor planten is de vorm van de beek minder van belang. Hermeandering wordt waarschijnlijk vooral uitgevoerd omdat het voor mensen van belang is (een kromme beek is landschappelijk mooier dan een rechte beek) en omdat het een relatief eenvoudige, goedkope maatregel is. Voor planten is het belang van hermeandering eventueel dat er door de wegverlenging een stuw kan worden afgebroken waardoor de stroom gelijkmatiger wordt. Voor planten is beekherstel verbetering van water- en bodemkwaliteit. Dat is veel moeilijker omdat het ook ingrijpende maatregelen vergt in het aanliggende gebied.


Bijlage
Domin-schaal = Gedecimaliseerde Tansley-schaal

1 s schaars/zeer verspreidscarce
2 r zeldzaam rare
3 o hier en daar occasional
4 lf plaatselijk frekwent locally frequent
5 f frekwent frequent
6 la lokaal zeer veel locally abundant
7 a zeer veel abundant
8 cd co-dominant co-dominant
9 d dominant dominant


Adres van de auteur:
p/a Bekenwerkgroep Nederland;
secretariaat: Talinglaan 19;
2566 VN Den Haag;
bekenwerkgroep.nederland@dse.nl

Terug naar Publicaties

Figuur 4: Luronium natans in laaglandbeken.