Gras is om in te liggen, deel 81. maart
2003
Meer vondsten van de Grote bremraap (Orobanche rapum-genistae) in 2002. Wim van der Ven.  


Mede naar aanleiding van Gras is om in te liggen, deel 75 heb ik sinds begin 2002 de beschikking over meer vindplaatsen van Grote bremraap. Gegevens die ook bij Floron niet bekend zijn.
Kwartierhokken met Grote bremraap in de jaren 1900-1950. Volgens J. J. Piet.
Fig. 1: Kwartierhokken met Grote bremraap in de jaren 1900-1950. Volgens J. J. Piet.
Bezochte km-hokken in 2002.
Fig. 2: Bezochte km-hokken in 2002.


Het onderzoek.
Mijn onderzoek in 2002 bestond uit twee delen. Ten eerste was het mijn bedoeling om bestaande groeiplaatsen van Grote bremraap meerdere malen te bezoeken, om wat meer te weten te komen over het begin van de bloei, de bloeitijd en dergelijke. Volgens de literatuur blijkt de Grote bremraap niet elk jaar opnieuw te verschijnen. Om daar iets meer over te weten te komen lijkt het me nodig om jaarlijks bekende populaties te bezoeken en niet alleen om de paar jaar.
Ten tweede wilde ik een aantal, niet eerder door mij bezochte, km-hokken bekijken of daar misschien ook de Grote bremraap zou voorkomen. Daarom heb ik met behulp van alle mij bekende gegevens een lijst van 64 km-hokken samengesteld (figuur 2). De eerste hokken die op deze lijst kwamen te staan zijn die waarvan ik weet dat er ooit Grote bremraap heeft gestaan. Dat is inclusief de kwartierhokken waar J. J. Piet Grote bremraap heeft gevonden. Het leek me logisch dat nieuwe groeiplaatsen in de omgeving van deze bekende groeiplaatsen te verwachten zouden zijn. Dus km-hokken in die omgeving kwamen ook op de lijst. Ten derde kwamen de hokken uit de iets verdere omgeving, waarvan ik weet dat er Brem staat, op de lijst.
Ik ben als volg te werk gegaan. Ik heb routes gepland om zoveel mogelijk langs alle paden en wegen in die hokken te fietsen. Natuurlijk heb ik niet alle paden en wegen gehad. Paden die door bossen lopen heb ik niet allemaal bekeken. De kans dat daar Grote bremraap groeit is klein. Ook particulier terrein en autowegen heb ik, om begrijpelijke redenen, niet bezocht. Als er Brem groeide heb ik die zoveel mogelijk nagekeken op de aanwezigheid van Grote bremraap. Soms werd die Brem zodanig overwoekerd door Braam dat ik daar niet bij kon komen, dus ook die plaatsen heb ik niet goed kunnen bekijken. De paden en wegen heb ik niet meerdere malen bezocht, zoals ik dat met bekende groeiplaatsen van Grote bremraap wel heb gedaan, omdat daarvoor de tijd ontbrak. Ik had de ervaring dat bloeistengels van het vorig jaar vaak blijven staan. Op plaatsen waar die oude bloeistengels al verdwenen waren, wat voorkomt, zal ik populaties over het hoofd hebben gezien. Zeker omdat ik sommige paden en wegen al vroeg in het jaar heb bezocht, dus nog voordat er Grote bremraap heeft kunnen bloeien.

Bekende groeiplaatsen.
De plaatsen waar ik 2001 of eerder Grote bremraap heb gezien, heb ik meerdere keren bezocht. Van begin mei tot half juli om de 10 tot 14 dagen, tenzij de bloeistengels al uitgebloeid waren. De korte tussenliggende tijd is ingegeven door het feit dat ik in vorige jaren uitgebloeide stengels vond terwijl er drie weken daarvoor nog niets te zien was. Door het vaker bezoeken van populaties is het in 2002 duidelijker geworden hoe lang een stengel bloeit. Grote bremraap begint onderaan te bloeien terwijl hij bovenaan door blijft groeien. Alle bloemen bloeien individueel maar kort, dus de tijd dat een stengel bloeit wordt bepaald door het aantal bloemen dat hij heeft. Dat is weer afhankelijk hoe lang een stengel doorgroeit. Hoe langer hij wordt hoe meer bloemen. De kortste bloeitijd heb ik waargenomen in Eersel, op 14 juni was daar nog geen bloeistengel te zien en op 24 juni waren de onderste bloemen al uitgebloeid.
Die stengel in Eersel was tevens de laatste die boven de grond is gekomen. In tegenstelling van die in Wintelre waar de eerste stengels op 3 mei al boven de grond kwamen. Zie tabel 1.

km-hokken in 1980-1989.
Fig. 3: km-hokken in 1980-1989.
km-hokken in 1990-1999.
Fig. 4: km-hokken in 1990-1999.


Verspreiding door de jaren heen.
Zou ik, nu ik over gegevens van een groot aantal jaren beschik, iets over de voor- of achteruitgang kunnen zeggen? In de "Atlas van de Nederlandse flora" en de "Atlas van de Noordbrabantse flora" worden de gegevens over grotere gebiedseenheden gepresenteerd, in uurhokken. Die zijn resp. 5 x 4.1 km en 5 x 5 km. Omdat deze eenheden groter zijn dan de rest van de gegevens neem ik die in dit artikel niet mee.
Het mooie van de gegevens van J. J. Piet is dat ze beschikbaar zijn op basis van kwartierhokken: 1,25 x 1,04 km. Deze zijn dus iets groter dan het grid waar we tegenwoordig mee werken: 1 x 1 km. Door deze gegevens op dezelfde schaal te tekenen is een tamelijk goede vergelijking te maken.
In de jaren 1900-1950 heeft J. J. Piet in 20 kwartierhokken Grote bremraap gevonden (figuur 1). Maar hij heeft vooral rondom Riethoven niet intensief geïnventariseerd anders zou hij misschien in meer kwartierhokken Grote bremraap hebben gevonden.
Volgens de "Atlas van de flora van Eindhoven" is in de jaren 1980-1989 Grote bremraap in 2 km-hokken gevonden. Maar met de gegevens die ik nu ter beschikking heb, kom ik op 6 km-hokken (1 vondst, die van km-hok 164/382, heb ik niet getekend) (figuur 3).
Dat er in deze jaren minder is gevonden komt ten eerste doordat we in de jaren '80 de hokken met Grote bremraap niet hebben bezocht. Ten tweede is de periode korter.
Dat verklaart voor een gedeelte waarom we in de jaren 1990-1999 in meer hokken deze plant hebben gevonden dan in de tien jaar daarvoor. We tellen dan 10 km-hokken met Grote bremraap (figuur 4).
In 2000 heb ik in 3 hokken Grote bremraap gevonden, de vondsten uit 4 andere hokken heb ik van Joost Cools doorgekregen. Totaal is deze plant in 2000 in 7 km-hokken gevonden.
Met mijn eigen gegevens, aangevuld met die ik van Joost Cools heb gekregen, ben ik in 2001 alle bekende populaties afgegaan. Toen heb ik ook in 7 km-hokken Grote bremraap gevonden (figuur 5).
Dat aantal heeft zich in 2002 verdubbeld (figuur 6). Deels is dit afhankelijk van het feit dat ik in dat jaar de bestaande en oude populaties kon bezoeken, dus op meer plaatsen heb ik de plant terug gevonden. Voor het andere deel zijn er vondsten bijgekomen door intensief kijken op plaatsen waar de soort niet eerder is gevonden, zie figuur 2. In 4 hokken heb ik ook daadwerkelijk een nieuwe populatie gevonden. In één daarvan bleek dat Grote bremraap daar al eerder (2001) heeft gestaan. In één hok heeft Joep Spronk tijdens het inventariseren het geluk gehad een prachtige populatie te vinden. Ook daar stond nog een stengel uit 2001. In twee hokken is de soort teruggekomen nadat hij daar een paar jaar niet is waargenomen.
De meeste vondsten die ik in 2002 heb gedaan kwamen voor in en rond Riethoven. Het was mij in 2000 nog niet bekend dat in die buurt ook Grote bremraap groeide, op één plaats na, die in Walik.

populaties en km-hokken gevonden in 2001.
Fig. 5: populaties en km-hokken gevonden in 2001.
populaties en km-hokken gevonden in 2002.
Fig. 6: populaties en km-hokken gevonden in 2002.


Opmerkingen.
Het rapport van de provincie doet een aantal aanbevelingen om de Grote bremraap te behouden. Het afbranden, snoeien/kappen en maaien van de Bremstruik en het omwoelen van de grond zijn mogelijkheden om de Brem in stand te houden. Maar wat het effect op de Grote bremraap is, is onvoldoende bekend. Op een aantal groeiplaatsen heb ik gezien dat er verruiging plaats vindt. Het lijkt me goed om te zorgen dat daar de Braam wordt verwijderd.
Toen ik eind november 2002 ontdekte dat langs de hele Bisschop Rythoviusdreef in Riethoven de noordelijke greppel, inclusief de Brem en Grote bremraap, was gemaaid schrok ik in eerste instantie. Maar het kon evengoed een beheersmaatregel zijn. Zou de gemeente Bergeijk het rapport van de provincie gelezen en daar naar gehandeld hebben? Dat was voor mij aanleiding om alle populaties nog eens na te lopen. Misschien dat er in de toekomst iets is te doen met gegevens die ik nu noteer omtrent maaien of iets dergelijks. Dat doet me denken aan Wintelre waar in 2000 de oude Brem was verwijderd. Er was een klein Bremstruikje blijven staan. En juist op dat struikje, dat nu wel groter is, groeide in 2002 weer Grote bremraap met 13 bloeistengels. Bewust beheer? Of aan de Braakstraat in Oerle waar in 1996 de Brem gemaaid was, en waar ik, na een paar jaar met enkele bloeistengels, in 2001 32 bloestengels gevonden heb.
Een ander voorstel in het rapport is om op potentiële groeiplaatsen, of plaatsen net buiten de bestaande populaties, de boom- en struikopslag te verwijderen en hier en daar de grond om te woelen. Dat lijkt me een goede maatregel om Grote bremraap in stand te houden of zelfs uit te breiden. Bij de A67 in Eersel lijkt me dat een uitstekende maatregel en daar is er de ruimte voor.
Een andere aanbeveling is het zaaien van Grote bremraap op potentiële groeiplaatsen. Dat lijkt me geen goede maatregel. Bremrapen hebben stoffijn zaad die door de wind over een grote afstand kunnen worden verspreid. Als de condities van een potentiële groeiplaats goed zijn zullen er zeker zaden tot kiemen komen. Bovendien waar moet het zaad vandaan komen? Toch geen gebiedsvreemd zaad? Kan dat zonder ongewenste neveneffecten?
Een andere aanbeveling in het rapport is het jaarlijks monitoren van bekende groeiplaatsen. Dat is precies wat ik in 2002 heb gedaan, en wat ik het komend seizoen van plan ben te doen. Ik ben benieuwd hoe een populatie in de loop van de jaren zich gedraagt. In 2002 heb ik de bekende groeiplaatsen meerdere keren bezocht om voor mezelf een inzicht te krijgen in b.v de begin en lengte van de bloeitijd.

Andere bedreigingen die me in 2002 zijn opgevallen.

Literatuur


Opmerking bij de tabel 1:
De tabel is een overzicht van gegevens die ik heb verzameld in 2002. De meer dan 100 stengels in de sparrenkwekerij in Riethoven zijn in de tabel niet meegenomen.
Er is te zien dat de verschillende populaties, of planten, op verschillende tijden beginnen en stoppen met bloeien. In de tabel is ook goed te zien dat op het einde van het jaar toch lang niet alle stengels zijn terug te vinden. Van de 177 nog maar 81. Hieruit moet ik nu concluderen dat het maar één keer bekijken van Bremstruiken toch niet voldoende is om de Grote bremraap te vinden. Zeker als dat ene bezoek vroeg in het seizoen plaats vindt.

Als u op dit artikel wilt reageren of een kopie van dit document (in Word) wilt ontvangen, laat mij het weten.
Adres van de auteur: Wim van der Ven, Ridderzaal 116, 5653 RE Eindhoven.
e-mail: wimvdven@xs4all.nl

Terug naar Publicaties
Tabel 1: Aantal stengels Grote bremraap.
Co÷rdinaat cursief = Oude plaats waar in 2001 niets stond. Co÷rdinaat vet = Een nieuwe vindplaats.
Coörd. 154.0/383.0 154.2/381.7 152.3/381.3 152.4/380.7 152.3/383.3 151.9/379.6 152.2/378.4 149.7/375.2 149.1/373.1
Plaats, gebied Oerle, Braakstraat Veldhoven, Berkt Oerle, Grote Vliet Zandoerle, Grote Aard Wintelre, Biemeren Knegsel, Molenvelden Knegsel, Dijkakkerweg Eersel, rijksweg A76 Eersel, Rosheuvel
Bezocht op t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr +
03-05-2002 0                                       8 8                           0                  
16-05-2002 0                                       10 9 1                         0                  
27-05-2002 18 17 1                                   13 3 10                         12 12                
06-06-2002 22 5 14   3 3   1   2 1   1     4   4     13   13                                            
07-06-2002                                                                       22 11 11              
14-06-2002                                                                       39 4 30 2 3          
17-06-2002 20   5 8 7 3       3 1   1     4   1 3   13   1 12                                          
24-06-2002                                                                       40   5 33 2          
30-06-2002                                                   4   4     5   4 1                      
08-07-2002                                         13     13                                          
18-07-2002                                                                                 21     21  
20-11-2002 3       3 3       3 1       1 3       3 13       13 5       5 2       2                    
22-11-2002                                                                       11       11 20       20
___________ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ __
 
Coörd. 153.4/373.9 154.3/374.3 154.2/373.8 154.2/373.2 154.8/374.5 155.3/374.4 154.8/373.2 155.3/373.8  
Plaats, gebied Walik, driesprong Riethoven, Stevertsebaan Riethoven, B. Rythoviusdreef Riethoven, Akkerweg Riethoven, Schoolstraat Riethoven, Einderheide Riethoven, Dorpsstraat Riethoven, Molenstraat
Bezocht op t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t v fl fr + t=totaal
16-05-2002           0                                       0         0         9 9       v=vegetatief
28-05-2002           3 3                 15   12   3 3 3       4 1 3     2     2   18 8 10     fl=bloeiend
08-06-2002 1 1       3   2   1 4   4     9       9 8   8     3   1 2   2     2   17   9 5 3 fr=vruchten
19-06-2002 6   1   5 2     2   6   2 4             9   4 5   3     3             18   5 13   +=afgestorven
20-11-2002 5       5 0         0         7       7 2       2 3       3 0         3       3