Gras is om in te liggen, deel 77. maart
2002
Herbarium Milieu Educatie Centrum Eindhoven: de persoon achter de collectie Janssen + nieuwe schenkingen. John Bruinsma.  


1. de persoon achter de collectie Janssen
Er is alle aanleiding om terug te komen op de vorige aflevering waarin we het herbarium van de heer J.M. Janssen bespraken. Het betreft ons oudste herbariummateriaal en het wekte onze nieuwsgierigheid naar de persoon die het maakte. Op 7 januari belde Jan Janssen in eigen persoon op. Hij is in Eindhoven geboren in 1930. Dat betekent dat hij de eerste planten in zijn collectie stopte als 14-jarige. Goed gedroogd, van een goed etiket voorzien en al. De meeste nog goed gedetermineerd ook! Als 15-jarige maakte hij met zijn vader, broer en zus een fietstocht over de Veluwe naar Holwerd. Deel van de terugtocht was een zes uur durende bootreis van Stavoren naar Amsterdam. Uit het zo juist gekregen herbarium van Jan Goorissen Ze logeerden bij familie, vaders dienstmaatjes, hotels, een verlaten kippenhok en wat dies meer zij. De planten die op de Veluwe, bij Zwolle en bij Holwerd en omgeving verzameld zijn, getuigen van deze tocht. Rozenkransje op de Veluwe: als we de atlas van de Nederlandse Flora mogen geloven toen heel gewoon, nu een zeldzaamheid. Ook samen met het ouderlijk gezin maakte de (jonge) heer Janssen tochten naar de Waddeneilanden en de eerste buitenlandse reizen. Later deed hij dat zelfstandig.
Pas veel later werd de heer Janssen, die inmiddels naar Knegsel was verhuisd, lid van de KNNV in Eindhoven: in 1986. Zijn vrouw en hij deden mee aan excursies, bezochten lezingen en gingen mee op kampen. Het eerste kamp was het afdelingskamp op Goeree-Overflakkee. In 1994 zegde hij, prioriteiten stellend tussen diverse hobby's (mijnbouwkunde, fotografie en modelspoorbaan) en rekening houdend met de gezondheid van zijn vrouw, het lidmaatschap op. Het herbarium is aan het Milieu Educatie Centrum geschonken bij gelegenheid van de verhuizing naar een kleinere woning in Eersel.
De belangstelling van de jonge Jan Janssen voor de natuur werd gewekt door de Verkadealbums. Zijn eerste Flora was de oorlogsuitgave van Heinsius en Thijsse, 15e druk, 1944. Een tijdsbeeld: Heimans werd niet genoemd als auteur .
Zoals voor veel KNNV-ers was 'de natuur' voor de heer Janssen een bezigheid naast een beroepsleven dat er weinig mee te maken had. Hij verdiende zijn centjes bij een bekende gloeilampenfabriek, onder andere met de verzorging van de bedrijfsmuziek.
We danken de heer Janssen nogmaals hartelijk voor deze schenking, ook al is zij niet aan ons gedaan maar aan het Milieu Educatie Centrum. Inmiddels zijn 148 exemplaren aan de collectie toegevoegd. Dat zijn ze nog niet allemaal: er moet altijd nog wel wat gedetermineerd worden. We bedanken ook de leden die in hun geheugen of archief gegraven hebben en (dwaal-)sporen hebben uitgezet.

Nieuwe schenkingen
Naar aanleiding van de oproep in hetzelfde artikel schonk onze oud-voorzitter Jan Goorissen, zijn herbarium. De planten die hij kort na de oorlog in de regio verzamelde, verbijsteren ons. Wat heeft die wereld er anders uitgezien! Drie soorten orchideeën op Eckart, Lycopodiella inundata (Moeraswolfsklauw) tussen de Genneper molen en Waalre, Anagallis tenella (Teer guichelheil) bij de samenvloeiing Dommel-Keersop, enzovoort. Wonderlijk genoeg is er ook continuïteit. De Equisetum sylvaticum (Bospaardenstaart) "bosch langs Aalsterweg; voorbij huizenbouw, 1-7-1945" staat er nog steeds. Dat geldt ook voor de Vaccinium oxycoccus, die wij nu Oxycoccus palustris (Kleine veenbes) noemen, aan het Kanunnikesven op de Stratumse heide. Van Lathyrus tuberosus (Aardaker) kennen we recent een vindplaats: bij een lantarenpaal halverwege de Prof. Dorgelolaan in Eindhoven. Jan Goorissen verzamelde hem in het Philipsbosch langs de Oirschotse dijk. Volgens de opgaven van Sloff en Piet tussen pakweg 1930-1950 waren er toen vindplaatsen in 4 hokken. Over de opgaven van beide heren komen we ongetwijfeld terug, al was het maar in de volgende editie van de Atlas van de Flora van Eindhoven.
Huub van Melick behoeft in onze afdeling geen introductie. Wij kregen het herbarium dat hij verzamelde tussen 1970 en 1983. Het bestaat voor het grootste deel uit grassen en zeggen. Dat is bijzonder, want doorgaans krijgen we van alles, behalve dit soort 'moeilijke' groepen. Veel gewone soorten, meest in de regio. Dat is dus smullen. Samenhangend nog een anekdote. In september 1983 stond in een perkje achter de telefooncel midden in het Woensels Winkelcentrum een enorme pol van Eleusine indica (Plat handjesgras). Tot heden is dat onze enige opgave van deze uit de tropen en subtropen afkomstige soort. Jaren heb ik tussen het boodschappen doen door op dezelfde plek gekeken; zonder resultaat. De pol was zo groot dat drie leden van de Floristische Werkgroep er een stukje van mee naar huis namen. Ook Huubs deel is toegevoegd aan MECE 200021798.
Het herbarium van Jos Melenhorst dat wij kregen, is zo groot dat we er nog nauwelijks in hebben durven kijken. Dat wordt werk voor de volgende winter. Jos hebben wij begin jaren '80 leren kennen toen hij studeerde aan het Moller-instituut in Tilburg, de lerarenopleiding. Hij deed voor zijn opleiding onderzoek aan hooilandjes langs de Beerze in de Campina. Jos heeft toen een of twee seizoenen met ons meegelopen om het plantenvak te leren. Vanaf die jaren heeft hij een uitvoerig geëtiketteerd herbarium aangelegd. Wij kregen het naar aanleiding van zijn verhuizing naar de Verenigde Staten. Overigens is Jos Melenhorst niet de enige Moller-student voor wie onze Werkgroep als leermeester in de botanie gefungeerd heeft. In de loop van de tijd kwamen bij ons langs: Karin Albers (Gennep), Ploni van Campen (natuurontwikkelingsterrein langs de Tongelreep bij de Achelse Kluis) en Frank Jansen (wegbermbeheer gemeente Oirschot). Of dat ooit tot verzamelen heeft geleid?


Adres van de auteur
Thorbeckelaan 24; 5694 CR Breugel; 0499-473384; bruinsma@dse.nl
Terug naar Publicaties