Gras is om in te liggen, deel 75. november
2001
Het verdwijnen van de Grote bremraap (Orobanche rapum-genistae) in Veldhoven en Wintelre. Wim van der Ven.  


Op 20 juli 1995 vond ik tijdens het inventariseren een plant die ik nog nooit eerder had gezien, maar het was me onmiddellijk duidelijk dat het hier om een Bremraap (Orobanche) ging. Na het determineren en het laten controleren door Joep Spronk bleek dat het Grote bremraap (Orobanche rapum-genistae) was.
In eerste instantie had ik niet in de gaten hoe zeldzaam deze Grote bremraap is. Daar ben ik pas achter gekomen nadat ik meer informatie over deze soort had.
Omdat ik het geluk had om in de juiste kilometerhokken te inventariseren vond ik in 1995 op nog twee plaatsen een populatie van deze soort. In 1996 kwamen daar nog drie populaties bij, waarvan ik er één vond terwijl ik na het inventariseren naar huis fietste.
In de jaren daarna ben ik af en toe weer eens naar die populaties gaan kijken. Uit mijn aantekenboekje heb ik een tabel met waarnemingen aan de Grote bremraap kunnen opstellen.


Tabel 1 Aantal stengels en groeiomstandigheden in 6 populaties Grote bremraap in Veldhoven en Wintelre 1995-2001.
Vet is de laatste waarneming van Grote bremraap in die populatie.

Populatie

1

2

3

4

5

6

Jaar Heerbaan Veldhoven Heerbaan Veldhoven Heikantsebaan Oerle Braakstraat Oerle Biemeren Wintelre Zandoerle
1995 20-jul
1 uitgebloeide stengel
22-aug
Enkele exemplaren
  17-aug
enkele exemplaren
   
1996 1996 Brem is verwijderd 6-jul
4 exemplaren
14-apr
Uitgebloeide stengel van vorig jaar
Apr
De hele berm was gemaaid incl. Brem 6-jul
5 bloeiende exemplaren
18-jul
3 exemplaren
18-jul
20 exemplaren
1997   3-jul
Al uitgebloeide stengels
    3-jul
Een nog gelige uitgebloeide stengel gevonden
1997
De helft van de Brem is verwijderd In houtwal nog een paar exemplaren Grote bremraap
1998   3-jun
Niets gevonden

28-jun
Niets gevonden
3-jun
1 bloeistengel

28-jun
Uitgebloeid
3-jun
1 bloeistengel

28-jun
Uitgebloeid
3-juni
Niets te zien

28-jun
1 bloeistengel
3-jun
In houtwal
4 stengels
1999

In 1999 heb ik de populaties niet bezocht.

2000 9-juni
Weer een jonge Brem gevonden
9-jun
2 bloeistengels
9-jun
Bloeistengel van vorig jaar
9-jun
1 uitgebloeid exemplaren
9-jun
Brem is verwijderd
9-juni
Snoeihout op de Brem Geen Bremraap meer
2001 2001 Brem is al weer verwijderd 2001
Brem is verwijderd
2001
Bremstruik afgestorven Geen Bremraap meer
7-jun
32 exemplaren: er zijn ongeveer 10 Bremstruiken.
2001
Niets gevonden
2001
Niets gevonden


 Bovenste deel van de bloeistengel
Fig. 1: Bovenste deel van de bloeistengel.
Het belangrijkste dat in de bovenstaande tabel opvalt is natuurlijk dat van de 6 populaties er nog maar 1 over is. Nog even en Veldhoven en omgeving is weer een uitgestorven soort 'rijker'.

Het tweede dat opvalt is dat als de Brem ter plekke wordt verwijderd, het ook afgelopen is met de Grote bremraap. Dat is natuurlijk logisch als je weet dat de Grote bremraap vrijwel altijd op Brem parasiteert.

Het derde opvallende punt is dat een populatie zelf nogal in grootte kan verschillen; zie populatie 4. Blijkbaar had het maaien van de berm in 1996 (of in ieder geval na aug-1995) geen invloed op de Grote bremraap, want in dat jaar kwamen toch 5 stengels tot bloei. Ook in 1997 stonden daar maar enkele stengels. In 1998 en 2000 was er maar 1 exemplaar te ontdekken. Het zal niemand verwonderen dat ik erg blij was om daar in 2001 32 exemplaren te zien. Over een lengte van 25 meter, tussen een tiental Bremstruiken.

Nu ik het een en ander zo aan het beschrijven ben, blijkt dat ik niet consequent mijn notities heb gemaakt. Dat is jammer omdat met betere gegevens ook betere conclusies getrokken kunnen worden. Zo schrijf ik in mijn aantekeningen het aantal stengels en bloeistengels op. Nu ik ze teruglees, weet ik niet meer of dat stengels waren die nog moesten bloeien of dat deze al uitgebloeid waren. De conclusie die ik hieruit trek is: voortaan alles nog beter noteren. Het is beter om te veel te noteren. En zeker niet denken 'Dat weet ik over een tijd nog wel.'


Kenmerken
De Grote bremraap bevat geen bladgroen omdat ze parasiteert. Dat doet ze vrijwel alleen op Brem. Als Grote bremraap kiemt dringt ze in een wortel van Brem. Er ontstaat een onderaardse knol waaruit na verloop van tijd één of meer stengels naar buiten breken. In mijn aantekeningen maak ik altijd melding van het aantal stengels. Ik heb stengels zo dicht bij elkaar zien staan dat het zeer waarschijnlijk één plant is.
Het is geen opvallende plant. Ze heeft geen felle bloemen. Als ze op haar opvallendst is dan is ze vleeskleurig. Honinggeel tot roodbruin schrijft E. Weeda in de Oecologische flora. De opvallendste kleur die de plant heeft, zijn de stempels. Die zijn geel, soms met een paarse rand. De vleeskleur heeft ze hooguit 3 weken, zolang de plant bloeit. Als de bovenste bloemen bloeien zijn de onderste bloemen en de stengel al donkerbruin, alsof ze al afgestorven zijn. Die kleur is het beste te vergelijken met de kleur van afgestorven Zuring.
Meestal verdorren de planten snel. Vaak komt een stengel de winter niet door. Hij is heel bros en breekt gemakkelijk af. Een Bremtak zal tijdens wind in de herfst de stengel al doen afbreken. Het komt wel voor dat een stengel er het volgend seizoen nog staat. Soms is de donkerbruine kleur dan voorzien van een groenig waasje van de algen of de stengel is grijzig van het stof. Als de stengel niet verkleurt maakt hij een magere indruk omdat er allemaal stukjes af zijn gevallen.


Zaad
Fig. 2: Zaad.
De plant ontwikkelt stofkleine zaadjes, die prachtig zijn onder de binoculair en microscoop. De vorm van de zaadhuid heeft een beetje weg van de structuur van de hoed van de Grote stinkzwam. Dat is om het oppervlak te vergroten. Daardoor kunnen de zaadjes zich beter met de wind verspreiden.





Schudblad, kelk en vrouwelijkdeel van de bloem.
Fig. 3: Schudblad, kelk en vrouwelijkdeel van de bloem.
Bloeitijd
De eerste jaren vond ik steeds alleen uitgebloeide planten, geen bloeiende. Daarom heb ik in 1998 begin en eind juni de populaties bezocht. Bij het eerste bezoek heb ik bloeiende planten gevonden die drie weken later al helemaal uitgebloeid waren (populatie 3 en 4). In populatie 5 was begin juni nog niets te zien, terwijl eind juni er een plant bloeide. Niet alle stengels van een plant komen tegelijk tot bloei. Sommige stengels komen pas uit de grond als andere er al afgestorven uitzien. Hoe snel deze planten zich ontwikkelen wil ik illustreren met drie bezoeken die ik in 2001 aan populatie 4 heb gebracht.
Het eerste bezoek was op 25 mei. Totaal stonden er 10 stengels met knoppen. Een stengel had maar een paar bloemen; die waren al open. Deze stengel is niet hoger dan 5 cm geworden. 5 dagen later (30 mei) waren er al 28 stengels te zien waarvan er 16 bloeiden. Weer 8 dagen later ( 7 juni) heb ik 32 stengels geteld. De stengel die op 25 mei bloeide was nu uitgebloeid. Een stengel kan er dus na 14 dagen al uitzien alsof die helemaal is afgestorven. Als je bloeiende planten wilt zien is het belangrijk om op tijd te beginnen met de populaties te bezoeken.


Standplaats
De meeste populaties van de Grote Bremraap die ik ken, staan aan een verharde of onverharde weg. Ze groeien nog geen 2 à 3 meter van de weg of zandpad af. Ik zie ze al vanaf de fiets, natuurlijk ook omdat ik ze weet te staan. En Bremstruiken staan ook meestal langs een pad of weg.



Opengewerkt bloemkroon.
Fig. 4: Opengelegde bloemkroon.
Verspreiding
Verspreiding is eigenlijk niet het goede woord. Van de 6 in de tabel genoemde populaties is er nog maar 1 over. Bij populatie 1, 2 en 5 is de oorzaak van het verdwijnen is het verwijderen van de Brem. Bij populatie 6 is dat voor de helft het geval. (Door de gemeente?). Bij populatie 3 is de Bremstruik waar de Grote bremraap onder stond afgestorven. Of dat door de vorst is gekomen weet ik niet. Het zou ook kunnen zijn dat de Grote bremraap de plant heeft uitgeput, hoewel ik dat betwijfel, omdat ik daar nooit meer dan 1 bloeistengel heb gezien. Het kan ook zijn dat deze Brem te oud was, maar daarvoor leek hij mij te klein.
Het spreekt voor zich dat ik met lede ogen de achteruitgang van deze soort gadesla. Bijna alle Bremstruiken worden door mij nagekeken op logés. Maar westelijk van Wintelre en Oerle heb ik geen Grote bremrapen gezien. In de vierhoek Diessen, Oostelbeers, Vessem en Netersel heb ik de laatste jaren toch veel gekeken.
Zou het helpen als ik de gemeentes of particulieren vertel waar deze plant staat? Ik zou in ieder geval niet goed kunnen adviseren hoe ze de Grote bremraap kunnen behouden, behalve dan dat ze de Brem niet moeten verwijderen of er snoeihout op storten. Maar door alleen maar te constateren dat ze achteruitgaan is de Grote bremraap niet geholpen. Het enige wat ik tot nog toe heb gedaan is de gegevens aan FLORON doorgeven. Nog het meest bezorgd was ik toen ik in de krant las dat de gemeente Veldhoven van plan is om juist te gaan bouwen in het gebied waar de enige populatie Orobanche rapum-genistae van Veldhoven nog groeit. Vooral het bedrijventerrein Habraken komt wel erg dicht in de buurt.
Wat is nu het beheer van de gemeenten? Waarom worden de Bremstuiken verwijderd? Staat de Brem in de weg (veiligheid)? Of wordt ze gewoon met de berm mee gemaaid? Waarom de Brem weghalen en andere struiken laten staan?


 Vruchtdoos.
Fig. 5: Vruchtdoos.
Verder onderzoek
Toen ik met deze vragen zat kreeg ik een telefoontje van Joost Cools die voor de provincie een beheersplan aan het opstellen is. Hij had via FLORON gehoord dat ik de laatste jaren een aantal vondsten van de Grote bremraap had doorgegeven en wilde van me weten hoe het er op dit moment mee stond. Buiten de populaties van Veldhoven en Wintere (zie tabel) kende ik sinds vorig jaar nog een populatie Grote bremraap in Walik. Daar heb ik toen 5 bloeiende stengels gezien. Ook daar was dit jaar niets meer dan de afgestorven stengels van vorig jaar te zien. De populaties die in de 'Atlas van de flora van Eindhoven 1980-1989' worden genoemd ken ik niet.
Van Joost Cools heb ik nog een aantal plaatsen in de buurt van Riethoven en Duizel doorgekregen, waar in de afgelopen 30 jaar nog Orobanche rapum-genistae is gevonden. Dat waren 15 populaties. Op 13 daarvan ben ik afgelopen zomer nog gaan kijken en op 6 plaatsen heb ik de Grote bremraap gevonden. Het waren veel minder exemplaren dan dat er ooit geweest waren. Wel heb ik op 4 plaatsen een nieuwe populatie gevonden. Over deze vondsten weet ik nu nog te weinig om er hier iets zinnigs over te schrijven. Maar er komen nog meer seizoenen waarin ik die populaties in de gaten kan houden.



Literatuur

Illustraties
Uit: Stella Ross Craigh

Reactie
Als u wilt reageren of een copy van dit document wilt ontvangen laat mij het weten.
wimvdven@xs4all.nl

Terug naar Publicaties