Gras is om in te liggen, deel 71. november
2000
Pistia stratiotes (Watersla) en Eichhornia crassipes (Waterhyacint). John Bruinsma.  


Pistia stratiotes en Eichhornia crassipes zijn nieuwkomers onder de waterplanten, beide afkomstig uit de tropen. Het zijn niet de eerste nieuwe waterplanten. Over Waterpest-soorten hebben we al eens in het gras gelegen. En het is heel verleidelijk om te gaan schrijven over Hydrocotyle ranunculoides (Grote waternavel) en Ludwigia grandiflora (die in de wandeling Waterteunisbloem wordt genoemd, maar waarvoor wij de naam Soeplepel voorstellen naar aanleiding het formaatverschil met zijn inheemse geslachtgenoot Waterlepeltje [L. palustris]). Verleidelijk omdat deze soorten zich zodanig uitbreiden dat bestrijding noodzakelijk wordt geacht: kranten en tijdschriften worden volgeschreven, congressen belegd, ecologen ingehuurd, internet sites opgetuigd. Wie op internet de namen van beide soorten intikt, komt tot de olijke ontdekking dat de helft van de sites wordt gevuld door lieden die de planten willen verkopen en de andere helft door lieden die hem willen bestrijden.

Eichhornia crassipes (Waterhyacint).
Fig. 1: Eichhornia crassipes (Waterhyacint).

Pistia stratiotes (Watersla / Mosselplantje / Schelpbloem) en Eichhornia crassipes (Waterhyacint) zijn planten die al langer voor aquaria worden verkocht en de laatste jaren voor gebruik in vijvers in zijn en bij praktisch elk tuincentrum verkocht worden. De vraag is maar of ze de status van waterpest ooit bereiken, zoals dat in de tropen al lang het geval is. De in de inleiding genoemde soorten overleven de nederlandse winter -voor 99,9 misschien zelfs wel voor 100% met vegetatieve delen. Van Eichhornia crassipes is overwinteren hier nog niet aangetoond, Pistia stratiotes wordt in 'de' Flora "mogelijk standhoudend" genoemd. Maar wat niet is, kan komen: van Hydrocotyle ranunculoides - ook een tropische plant - werd evenmin verwacht dat hij op grote schaal kon overwinteren. Wie weet worden nog eens planten uit een iets kouder klimaat (bergen in de tropen, …) ingevoerd, of ontstaat in Nederland een kloon die een slimmigheid uitvindt om de winter door te komen.

Ondanks dat Watersla en Waterhyacint niet overwinteren, zijn we hen de laatste jaren in ons Eindhovense atlasgebied een aantal keren tegengekomen. Waterhyacint vonden we in het Eindhovens Kanaal en in waterpartijen in Zuid-Nuenen. Watersla idem en ook in het afwateringskanaal Dommel-Beatrixkanaal en in de dode arm van de Dommel bij de Sonse bergen. Het zijn allemaal nazomerwaarnemingen: dan groeit de vijver vol en hup…….. In het Eindhovens Kanaal is zelfs iemand vol goede bedoelingen, maar niet gehinderd door scrupules over natuurlijke verspreiding van soorten, bezig met 'verbeteren' van de toestand door planten uit te zetten. Het aantal waarnemingen neemt de laatste jaren toe, waarschijnlijk doordat tuinvijvers in zijn en wonen aan waterpartijen leidt tot tuinieren in stads- en dorpswater.

Pistia stratiotes (Watersla).
Fig. 2: Pistia stratiotes (Watersla).

Beide soorten zijn eenvoudig te herkennen. Ze groeien als op het water drijvende rozetten die groter zijn dan enig kroos, Kroosvaren of Vlotvaren en kleiner dan Krabbenscheer. Waterhyacint maakt groene, glanzende bladeren, waarvan de schijf zo'n 4-5 cm en rondachtig is, soms met een enigszins puntige top. Minstens zo opvallend zijn de bladstelen die dik zijn opgeblazen. Buiten heb ik in Nederland nog nooit bloei gezien, maar in de tropen en bij het tuincentrum zijn mooie, lila tot paarse trossen van hyacint- of orchideeachtige bloemen te bewonderen. De familie - Pontederiaceae , in goed Nederlands Pontederiafamilie- staat trouwens dicht bij de Lelieachtigen waar de Hyacinten deel van uitmaken.

Watersla heeft grijsgroene bladeren een brede, korte steel. Ze zijn tot zo'n 15 cm lang en hebben hun grootste breedte in midden of daarboven. De bovenrand is vrijwel recht. De kleur komt van een (water-)dichte beharing. De bloeiwijze van deze tot de Araceae (Aronskelkfamilie) behorende soort is okselstandig en onopvallend. Aan planten in de dode arm kon ik (in oktober) geen bloeiwijzen ontdekken, mogelijk waren er uiterst jonge.

Beide soorten worden niet alleen in onze regio aangetroffen. De Ecologische Flora vermeldt Pistia stratiotes in vooral Zuid-Holland, met name in stadsgrachten, en heeft een prachtplaatje van een vaart in Abcoude vol drijvende rozetten. Buiten Zuid-Holland kon ik in Gorteria (19,146) nog een vermelding voor Terschelling vinden, heeft de Bekenwerkgroep Nederland de soort massaal aangetroffen in een beek bij Oosterwolde (Fr) (niet gepubliceerde opname) en heeft Fred Lambert recente (2000-) opgaven voor Huize Padua bij Handel in de Landmeersche loop bij de stuw, en in Zaandam en Oostzaan. Vondsten van Eichhornia crassipes zijn aanzienlijk zeldzamer. Vaak zijn ze van dezelfde plek als Pistia stratiotes. Met en stuk of vier vermeldingen in Gorteria (tegen 15 voor Watersla) houdt het wel op: alle in Holland beneden het IJ. Fred Lambert vult dat met twee waarnemingen aan: op dezelfde plekken als Watersla bij Huize Padua en in Oostzaan.

Een snelle blik in Flora's van de ons omringende landen leert dat in België Pistia stratiotes en Eichhornia crassipes als adventief voorkomen. Rothmaler noch Oberdorfer vermelden de soorten voor Duitsland, Fournier evenmin voor Frankrijk. Stace, doorgaans toch niet flauw in het opnemen van neofieten, heeft niets in zijn britse Flora net zo min als Preston and Croft. Clement and Foster noemen Pistia stratiotes "een ongeregeld ontsnappende aquariumplant " en Eichhornia crassipes "een ongeregeld ontsnappende kasplant". Het lijkt alsof beide soorten ook in wat zachtere klimaten van West-Europa niet standvastig zijn. Wat Nederland aangaat: tot heden kan de vraag in de titel van Mennema's artikel "Wordt de Watersla (Pistia stratiotes) een nieuwe waterpest voor Nederland?" met 'nee' beantwoord worden.

Literatuur


Internet


Illustraties


Terug naar Publicaties