Gras is om in te liggen, deel 66. november
1999
Bermen in de gemeente Oirschot. Frank Jansen.  


Voor vele dorpen en steden is een berm meer dan een onverhard lintvormig stuk grond dat aan een weg grenst. Voor deze dorpen en steden spelen de recreationele waarde ook een belangrijke rol, Oirschot is zo’n dorp.

Bermen hebben vele functies, zoals het overzichtelijk houden van bochten en kruispunten, het opvangen en afvoeren van water en sneeuw afkomstig van de wegverharding, de plaatsing van verkeersborden, lantaarnpalen en ander "wegmeubilair", enzovoort. Om de bermen daarnaast ook aantrekkelijk te maken voor de recreatie moet een goed beheer worden toegepast. In overleg met de Gemeente Oirschot heb ik een afstudeeronderzoek (Mollerinstituut te Tilburg) gedaan aan de bermen die pas laat in het seizoen geklepeld werden. Dit waren 66 bermen langs 33 wegen. Het doel van het onderzoek luidde: hoe moet het maaibeheer worden aangepast, zodat soortenrijke bermen ontstaan?

Om een passend maaibeheer te kunnen opstellen moest er eerst onderzocht worden welke soorten in de bermen aanwezig zijn. Hierbij zijn die delen van de berm onderzocht die niet of nagenoeg niet onder invloed staan van menselijke activiteiten, met uitzondering van het maaibeheer. In deze delen zijn opnamen gemaakt die representatief waren voor een groot deel van de berm. De opnamen hebben een afmeting van ± 1,5 × 1,5m de plek is zodanig gekozen dat de vegetatie in de opname homogeen is. Per opname zijn de soorten benoemd m.b.v. Heukels’ flora van Nederland (van der Meijden, 1990) en is de abundantie (= mate van voorkomen) weergegeven gebruik makend van de getransformeerde schaal van Braun - Blanquet volgens Van der Maarel. Alleen de soorten uit de kruidlaag zijn weergegeven; bomen, struiken en juveniele vormen daarvan niet. Uiteindelijk zijn er 416 opnamen gemaakt waarin 144 soorten gevonden zijn. Deze zijn m.b.v. het computerprogramma Twinspan omgezet naar een geordende vegetatietabel waarin vegetatietypen te onderscheiden zijn. Getracht is deze oecologisch te interpreteren. Vervolgens is per berm of deel ervan bepaald welk beheer erop toegepast moet worden.

Er zijn twee typen wegbermen te onderscheiden. Voor bermen die niet in bossen gelegen zijn, willen we een schrale bodem creëren. Hierdoor ontstaat er een gevarieerdere en minder ruige vegetatie. Bij de in de bossen gelegen bermen is een schrale bodem niet nodig of mogelijk. Daar willen we verhouting voorkomen. Ook willen we vergrassing en grote hoeveelheden Grote brandnetel (Urtica dioica) voorkomen, omdat deze voor het aanzicht niet aantrekkelijk zijn.

Grasklokje (Campanula rotundifolia). Niet aangetroffen in het onderzoek. Wel te verwachten bij verschraling.

De algemene conclusie is dat bijna alle niet in bos gelegen bermen de komende tijd 2 à 3 maal per jaar moeten worden gemaaid, omdat de vegetatie kenmerkend is voor een matig voedselrijke tot voedselrijke bodem. De bermen in bossen moeten over het algemeen één maal in de twee jaar worden gemaaid om houtige soorten geen kans te geven en ruigere soorten in toom te houden. Afvoeren van het maaisel is belangrijk, omdat dit de verschralende factor is. De reden waarom de meeste bermen zo voedselrijk zijn is waarschijnlijk het feit dat de Gemeente Oirschot het grootste deel van zijn bermen klepelt i.p.v. maait. Daardoor blijft er teveel restmateriaal achter, dat als het vergaat wordt omgezet in voedingsstoffen. Overigens hebben planten sterk onder het klepelen te lijden.

Uitgebreidere informatie over het onderzoek is te vinden in het verslag. Daarvan bevindt zich een exemplaar in het natuurhistorisch archief van de KNNV afd. Eindhoven.

________

F.C.H.Jansen (1999). Bermen in de Gemeente Oirschot; Beheersvoorstel. Fontys Hogescholen, Tilburg/Gemeente Oirschot, Oirschot

de illustratie is uit: Butcher, R. W. (1961). A new illustrated British Flora. Part II. Leonard Hill [Books] Limited, London.


Terug naar Publicaties