Gras is om in te liggen, deel 65. september
1999
Franse en Groene Amarant. John Bruinsma.  


Ruim een decennium geleden kwamen we er achter dat alle grote, (grijs-)groene Amaranten niet allemaal Amaranthus retroflexus (Papegaaienkruid) zijn, maar dat er ook nog een dubbelganger is: Amaranthus hybridus (Groene amarant, vroeger Basterdamarant).Het snelste onderscheid: Papegaaienkruid in bovenste van de stengel dicht kort ruw behaard (daardoor grijzig en dof); Groene amarant stengel kaal of weinig behaard (daardoor groen en glimmend). Zie verder dé Flora of (her-)lees Gras 36, Venkraai 116, nov/dec.1993.

Het blijkt allemaal nog erger te zijn. Volgens Dirkse, Barendse en Abbink-Meijerink (1998) schuilen onder de naam Amaranthus hybridus twee soorten: Amaranthus bouchonii Thell.(Franse amarant) en Amaranthus hybridus L. in strikte zin (Groene amarant).


Tabel 1. Het onderscheid tussen Franse Amarant en Groene Amarant
Franse AmarantGroene Amarant
Vrucht zonder deksel, niet openspringend. (Fig.1)Vrucht met deksel, regelmatig overdwars openspringend; jong als een lijntje te zien. (Fig.2)
Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (1,0-)1,5(-2,2) mm lang Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (1,0-)2,0-2,5(-3,4) mm lang

Wel-of-geen-deksel is het voornaamste kenmerk. "Bepalen of de vruchten al dan niet openspringen is in het veld het gemakkelijkst te controleren door een (bijna) rijpe bloeiaar in de handpalm te wrijven waardoor de vruchten loslaten. Zijn ook de dekseltjes los waarbij het witte (onrijpe) of zwarte (rijpe) zaad zichtbaar wordt, dan betreft het A.hybridus. Komen de zaden pas na vrij stevig wrijven van de vrucht tussen duim en wijsvinger dan is geen dekseltje aanwezig en betreft de plant A.bouchonii. " (Duistermaat, 1999).

Wie al vast wil oefenen op zo’n perforatielijntje op een vrucht, kan het proberen bij Plantago major (Grote Weegbree) waar de zaden op dezelfde manier te voorschijn komen.

De Floristische Werkgroep heeft de combinatie Amaranthus hybridus + bouchonii in zijn werkgebied tussen 1990 en 1998 gezien in 95 km-blokken, dat is vrij algemeen (Joep Spronk, 1999).Tussen 1980-1989,de in de Atlas Van de flora van Eindhoven beschreven periode, waren er nog maar 3 meldingen (Rensen-Bronkhorst 1993). Dé Flora geeft als standplaats: "op droge, min of meer voedselrijke, omgewerkte grond, vooral in industriegebieden, ook op akkers." De lokale atlas meldt als standplaatsen trottoirs en een akker + inrit (J.Bruinsma 1993). Sindsdien zien we de ‘soort’ vooral, maar niet uitsluitend, in maïsakkers. Pas op: ook Amaranthus retroflexus komt in maïsakkers voor!

Het Milieu Educatie Centrum in Eindhoven bewaart 7 exemplaren. Deze planten hebben geen van alle deksels of perforatielijntjes. Tot heden hebben we dus alleen Amaranthus bouchonii verzameld. Volgens Dirkse, Barendse en Abbink-Meijerink (1998) komt alleen Amaranthus hybridus in Zuid-Nederland voor.Volgens Gerard Dirkse (mond.med.) heeft Fons Reijerse, die in Boxmeer e.o. floreert, net als wij alleen Amaranthus bouchonii aangetroffen.

Tabel 2. Gegevens over Franse Amarant in het Milieu Educatie Centrum Eindhoven
datumplaatsblokrijpheid vruchten
25-10-1986kerkplein Son, mogelijk afkomstig van bloemist162/391zeer jong
7-9-1987langs fietspad Panakkers, Nuenen166/386rijp
16-11-1987idem166/386rijp
17-12-1987idem166/386rijp
27-9-1989op maïsakker + inrit, Beek en Donk173/393rijp
10-10-1990bij de Hooidonkse brug, Breugel163/390tamelijk jong
14-9-1986bij de brug over de Nederrijn, achter de haven, Arnhem40-23rijp

In deze minicollectie zijn er in juli al rijpe vruchten en zijn er in oktober nog steeds planten met zeer jonge vruchten.

Het nummer dat voor Amaranthus hybridus op de streeplijst staat (1652), wordt alleen nog gebruikt voor de combinatie. Achterop de streeplijst kunnen de soorten worden opgeschreven: de echte Amaranthus hybridus (5318) en Amaranthus bouchonii (5311).

Graag deze nazomer en herfst planten verzamelen. Liefst droog en in elk geval voorzien van datum, vindplaats en standplaats, in te leveren bij ondergetekende. Verzamel liefst de hele plant of tenminste een flink deel, zodat we hem in het herbarium kunnen opbergen. Twijfelgevallen sturen we, zeker nu we daartoe uitgenodigd zijn (Duistermaat 1999), naar het bevoegd gezag.

Auteur
John Bruinsma
Thorbeckelaan 24
5694 CR Breugel
0499-473384
bruinsma@dse.nl

Literatuur

De illustraties zijn afkomstig van Dirkse, Barendse & Abbink-Meijerink (1998).


Terug naar Publicaties