Gras is om in te liggen, deel 64. mei
1999
Brede Fonteinkruiden. John Bruinsma.  


Het hart van deze aflevering is een poging tot een vegetatieve tabel voor de breedbladige Fonteinkruiden. De tabel is een uitbreiding van die in het Fonteinkruidpraktikum, sommige lezers wel bekend. Alle taxa, ook de kruisingen, zijn erin verwerkt. Aanleiding om deze poging te wagen is het Fonteinkruidenboek van Preston, waarin een nieuw kenmerk wordt geïntroduceerd: de nervatuur van de steunblaadjes.

Zoals je weet, hebben Fonteinkruiden stipulae of steunblaadjes, een per knoop. Onderzoek is altijd te doen aan niet te oude, nog niet vergane exemplaren, dus op de jongere delen van de plant. Bij gedroogd materiaal is het aan te bevelen om de plant los te maken van het herbariumvel en met een paar druppels water het betreffende steunblad en de omgeving vochtig te maken. Dat kan met koud water.

Over het steunblad lopen nerven: vrijwel parallel van basis naar top. Bij sommige soorten zijn 1 of 2 van deze nerven wat breder en soms steken ze zelfs uit de onderkant van het blad. Bij 1 nerf krijgt zo’n blad een uitgesproken kiel. Bij twee uitstekende nerven ontstaat een bootje met een ronde kiel en kleine vinnen, zoals de wad-visbootjes die rechtop blijven staan als ze droogvallen. Soms ook vouwt het steunblad twee keer op zo’n stevige nerf om. De reden van het natmaken is, dat het verwarring tussen een willekeurige vouw en een uitstekende nerf voorkomt.

De grootste vrolijkheid die een Fonteinkruidkijker aan deze tabel kan ontlenen is, dat er een ‘hard’ kenmerk in staat om Potamogeton x sparganifolius en P.x fluitans te onderscheiden. P.x sparganifolius heeft een steunblad met 1 of 2 dikkere nerven die nauwelijks uitsteken, P.x fluitans heeft -net als Potamogeton lucens, een van zijn ouders- 2 uitstekende nerven. Ik durf dit kenmerk hard te noemen, omdat Preston juist bij deze twee taxa het kenmerk bespreekt. Wellicht wekt het nog enig vertrouwen dat naar aanleiding hiervan ook Klaus van de Weyer en schrijver dezes een paar uur naar (duits) herbariummateriaal hebben gekeken en overtuigd raakten. Overigens vind ik het wonderlijk dat ik aan (een beperkte hoeveelheid) herbarium-materiaal van Potamogeton gramineus en P. x sparganifolius andere eigenschappen zie dan Preston, zie de voetnoten bij de tabel.

Net zo goed is er ook enige reden tot droefenis: Potamogeton polygonifo1ius en P. nodosus zijn met deze tabel niet te onderscheiden. Dat blijft dus letten op de in ‘de’ Flora genoemde kenmerken: ondergedoken bladeren niet/wel opvallend netvormig geaderd. Af te raden lijkt mij het ecologische argument ‘wel/niet in een rivier voorkomend’ te gebruiken, vooral niet in kanalen- en bekenstelsels waar rivierwater wordt ingelaten. Bijvoorbeeld ten oosten van ons -in en rond de Peel- is dat de gewoonste zaak van de wereld. Ook vanuit het Wilhelminakanaal wordt water ingelaten (deze inlaat werd onlangs vergroot en ongetwijfeld zijn er nog meer plannen). Verder zijn ook de Dommel en zelfs de Tongelreep niet vrij van Maaswater, dat systematisch (via kanalen in oude vloeivelden) of incidenteel (‘om de beek door te spoelen’) wordt ingelaten.

Mini-onderzoek aan te weinig materiaal leverde op dat Potamogeton polygonifolius één bredere, zij het niet uitstekende, nerf zou hebben en P. nodosus geen. Let op het ‘zou’ in de vorige zin. Hoog tijd voor aanvullend onderzoek (wie biedt?). Hoog tijd ook om nog een mogelijk onderscheid uit te proberen: dat in stengelanatomie. Dit is een oude wens, maar ooit is ook Carthago verwoest.

Literatuur



Potamogeton praelongus (Langstengelig fonteinkruid)  
Fig. 1: Potamogeton praelongus (Langstengelig fonteinkruid).
A: Habitus; B.Bladbasis; D. Bladtop. Tekeningen uit Preston (1995).
Deze zeer sterk bedreigde soort werd vorig jaar gevonden in de uitgebaggerde noordelijke oude Dommel-arm op Bokt, Eindhoven. Tweede vondst in Noord-Brabant.
 


Vegetatieve kenmerken van de brede Fonteinkruiden Versie april 1999.

taxon

kenmerk

nat.color.polyg. nodos.alpinusgrami. lucens xspar.xflui.xdeci. xzizzipraelon.perfol.
phyllodiën aanwezigjaneeneenee neeneeneejajaneesomsneenee
bredere onder- waterbladen aanwezigneejaja jajajajajajajaja jaja
drijfbladen aanwezigjajajaja somssoms1neehalfhalfnee janeenee
drijfbladen doorschijnendneejaneenee neeneenvtneeneenvtneenvtnvt
onder-waterbladen gesteeld nvtjajajazelden langer dan 2 cmnee max 2cmjajaneekort neenee
vorm bladbasis..... ...... afgerond zittendstengelom- vattend
vorm top onder- waterblad nvt...stompspitsspits/ stekel ..spits/ stekelspitskap- vormig.
aantal nerven op steunblad.... ..2222.. ..
nerf steunblad steekt uit. .....janauwe- lijks ja....
Aantekeningen
. = geen waarneming
Potamogeton x zizzi heeft vaak sikkelvormig gekromde bladeren.

(1)Van der Ploeg schrijft in een commentaar bij een vorige versie van deze tabel: 'vrij vaak!'. Zou het kunnen zijn, dat ik meer in stromend water kijk en hij meer in stil-staand? De vorming van onderwater- en drijfbladen hangt verder o.a. samen met waterdiepte (bij zeer ondiep water alleen drijfbladen) en met het seizoen: later meer kans op drijfbladen.

(2)Bij Potamogeton gramineus ziet Preston 2 net iets verdikte nerven, ik 1; Bij P. sparganifolius ziet Preston 2 net iets verdikte nerven en ik zie er, aan dezelfde tak, zowel 1 als 2. Daarbij moet ik opmerken dat ik maar heel weinig planten gezien heb.


Terug naar Publicaties