Gras is om in te liggen, deel 60. september
1998
Luijksgestel: Pelterheggen. Joep Spronk.  


Er zijn allerlei redenen te bedenken, waarom we graag eens kijken op het terrein van Natuurmonumenten bij Luijksgestel: de Plateaux, Pelterheggen en Klotven. Uiteindelijk zullen het allemaal smoezen zijn en heeft, naar aanleiding van het rapport van Toon de Goede die het gebied onlangs beschreef, floristische begeerte ons aangeraakt.
De Pelterheggen bestaat uit twee essentieel verschillende delen:
- de vloeivelden, waarvan het handboek van de eigenaar weet te vermelden dat de vegetatie interessant is en
- het opslagterrein van de voormalige houthandel (of is het "het voormalige opslagterrein van de houthandel"?) ten oosten en ten noorden van de vloeivelden.

Vloeivelden
De grootte van de vloeivelden is niet erg groot. Op de stafkaart (terreinverkenning in 1996) worden nog slechts de gedeelten tussen 5 sloten/greppels als grasland aangegeven. De oppervlakte daarvan is zo'n 2 hectaren. Ik herinner me echter dat het terrein aan de zuidkant door een sloot wordt begrensd, waardoor het grasland/hooiland inmiddels tweemaal zo groot zou zijn. Natuurlijk staan de meest bijzondere soorten van de vloeivelden keurig genoteerd in de Atlas van de Noordbrabantse flora. Een aantal soorten komt in ons inventarisatie-gebied niet of nauwelijks voor, zo blijkt uit de Atlas van de Flora van Eindhoven 1980-1989, onze eigen atlas en uit de verzamelde gegevens voor district Brabant-oost van Floron.
Daarbij horen: Addertong (Ophioglossum vulgatum), Grote keverorchis (Listera ovata), Brede orchis (Dactylorhiza majalis subsp. majalis) en veel zeggesoorten. Dit laatste mag in een nat en tamelijk schraal hooiland geen verwondering wekken. De meest opvallende hiervan zijn: Voorjaarszegge (Carex caryophyllea), Bleke zegge (C. pallescens), Blauwe zegge (c. panicea), Gewone bermzegge (C. spicata).
De vloeivelden staan bekend om hun grote hoeveelheden Herfsttijloos (Colchicum autumnale). Deze soort staat er inderdaad volop, zij het dat op het moment van bezoek - in mei - de zegges uitbundig bloeiden en de Herfsttijloos vruchten vormden. Van Gulden sleutelbloem (Primula veris) werden ook veel rozetten gezien. De soort heeft een onderscheidende beharing aan de bladsteel en blijft daardoor ook op naam te brengen na de bloei.
Opvallend zijn de polletjes Pitrus (Juncus effusus), die niet alleen klein, maar ook armbloemig zijn. De vraag is of dit komt door het onderhoud, waardoor de plant geen kans krijgt om fors uit te groeien, of door de relatieve voedselarmoede. In ieder geval geeft de literatuur een vorm op die overeenkomt met de hier gevonden vorm: J. effusus f. pauciflorus.
In de sloot werd natuurlijk even gevist. Opgehaald werd Tenger fonteinkruid (Potamogeton pusillus), terwijl Dwergkroos (Lemna minuta) overduidelijk op het water dreef.

  Carex sylvatica
  Carex sylvatica (uit British Sedges)
Voormalige houtopslag.
Het zou overdreven zijn om te beweren dat het oude opslagterrein een duidelijke vorm van oecologie zou hebben. In het beste geval zou je kunnen proberen om de herkomst van het opgeslagen hout te bepalen aan de hand van de soorten die hier te vinden zijn. Het lijkt er op dat het terrein pas recent voor de flora is ontdekt. Joost Cools heeft geen opgaven van de vele merkwaardige soorten die er voorkomen.
Nieuw of uiterst zeldzaam in onze omgeving zijn:
Klotven
Altijd als er water is, heeft dat op floristen aantrekkingskracht en zeker op ons. Hoewel eind mei voor een ven zeker te vroeg is om een goede indruk van de vegetatie te krijgen, zijn de meeste soorten wel al herkenbaar. Dominant was zeker Galigaan (Cladium mariscus). In het water groeit veel Ongelijkbladig fonteinkruid (Potamogeton gramineus), terwijl de oevers verlevendigd worden door Moerashertshooi (Hypericum elodes), Oeverkruid (Littorella uniflora), Schildereprijs (Veronica scutellata), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia) en vooral veel Stijve moerasweegbree (Echinodorus ranunculoides). Merkwaardig genoeg bleek het andere smalbladige fonteinkruid Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus) te zijn. Dat was ongeveer de laatste die we hier verwachtten.

Uit bovenstaande opsomming moge blijken dat mis-agendering geen slechte zaak is en het gras bij de buren inderdaad erg groen is, wat vervolgens een goede rede is om jezelf tot buurman uit te roepen. Het is mij niet eerder gebeurt dat een dag een oogst van 24 rodelijst-formulieren opbracht. Ook 27 aandachtssoorten is in onze omgeving zelden vertoond.
Op de terugtocht werd uiteraard halt gehouden bij het havikskruid dat 's morgens al als verdacht was gekenmerkt. De voortekenen logen niet en nu prijkt Grijs havikskruid (Hieracium praealtum) op de soortenlijst van het district.

Literatuur


Terug naar Publicaties