Verslagen van de Floristische werkgroep.  
    Aangepast:
03-04-2007


Jaarverslag 2005

We hebben alweer een bewogen jaar achter de rug.
Dit jaar stonden een aantal 'No regret' hokken op het programma. Dat zijn km-hokken die door Floron zijn uitgezocht. In deze hokken zijn in het verleden bijzondere vondsten gedaan. Door er dit jaar weer eens te gaan kijken, verwachtte Floron dat we er geen spijt van zouden hebben die hokken opnieuw te inventariseren. Omdat we van hokken gegevens hadden gekregen, wisten we naar welke planten we konden uitkijken. Helaas wisten we niet waar we ze in het km-hok moesten zoeken. Jammer, dat we niet alle soorten terug konden vinden. Op die manier worden we geconfronteerd met de achteruitgang van de flora, of met onze onkunde van het niet kunnen vinden. Maar als we dan een beloofde plant terug vinden, is er wel enige opwinding in de groep. Vaak zijn dat soorten die we niet vaak zien dus willen we er goed naar kijken. De een pakt zijn fotocamera om de vondst voor het nageslacht vast te leggen. De ander slaat de flora open en gaat ter plekke kijken wat er van de kenmerken te herkennen is. Niet alle kenmerken zijn altijd tegelijkertijd aanwezig. Als er al vruchten zijn vinden we meestal geen bloemen meer. Soms zijn we te vroeg en zijn er bloemen noch vruchten aanwezig. Gelukkig is er meestal wel iemand die van die soort wat meer weet en zo uit zijn hoofd ook nog wat vegetatieve kenmerken kan opnoemen. We bekeken of we wat materiaal meenemen voor het herbarium of voor nader onderzoek, want het is niet altijd mogelijk materiaal mee te nemen. We leggen van de deze bijzondere soorten, die vaak op de Rodelijst staan, met een Gps vast waar we ze staan en schrijven op hoeveel exemplaren er staan. Zo kunnen onze opvolgers over een aantal jaren deze soorten gemakkelijker terugvinden. Als ze er dan tenminste nog staan.

Een soort waar we wat moeilijk uitkwamen was Vlottende bies (Eleogiton fluitans) op de Strabrechtse heide.
Verder vonden we daar: Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata), Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca), Gewone veenbies (Trichophorum cespitosum ssp. germanica) en Moerashertshooi (Hypericum elodes). Bij en in het Beuven vonden we o.a. Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) en Gesteeld glaskroos (Elatine hexandra).

Vanwege het broedseizoen konden we een van de 'No regret' hokken niet volledig doen. We hebben de overgebleven tijd gebruikt om eens op andere plaatsen te kijken. We vonden toen leuke soorten zoals: Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) en massaal Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata). Dat is smullen. Ook hebben we een bezoek gebracht aan de Galigaan (Cladium mariscus). Die indrukwekkende plant hadden enkele leden van de groep vorig jaar gevonden. Niet iedereen kent deze soort.

In de bijzondere hokken vonden we verder nog Drijvende egelskop (Sparganium angustifolium) en Draadzegge (Carex lasiocarpa).

Ook de 'normale' hokken levert altijd wel wat bijzonders op. Bij de Golfbaan Welschap zagen we Echt duizendguldenkruid (Centaurium erythraea) Grasklokje (Campanula rotundifolia) en Borstelgras (Nardus stricta). Bij de Grote Beek vonden we Lathyruswikke (Vicia lathyroides).
Op het industrieterrein in Acht vonden we Euphorbia humifusum, een nieuwkomer in de flora. Hij lijkt op Straatwolfsmelk (Euphorbia maculata) die in Zuid-Limburg en Antwerpen ook al is gesignaleerd.

Dankzij de aankondiging op onze website hadden we op een avond bezoek van een vogelaar die ook het een en ander van de flora weet. Hij had in het Ringselven bij Budel-Dorplein Groot nimfkruid (Najas marina) gevonden. Zo dicht bij huis wilden wij dat natuurlijk ook wel eens zien. En omdat we voor de twee weken daarna nog geen plan hadden gemaakt zijn we met een aantal mensen naar het Ringselven gereden, waar we Groot nimfkruid massaal vonden.

Op een van de laatste avonden bezochten we het IJsbaantje van Nuenen vonden we massaal het Waterlepeltje (Ludwigia palustris) en Pilvaren (Pilularia globulifera).

Wat zeker niet onvermeld mag blijven in het jaarverslag, zijn de vorderingen met de Atlas van de Flora van Eindhoven van de Twintigste eeuw. Er zijn afspraken gemaakt met de uitgever (het bestuur van de afdeling). Alle hoofdstukken zijn geschreven. Daar is door een aantal leden erg hard aan gewerkt. Veel harder dan deze kleine alinea doet vermoeden. Nu moet alles nog eens goed worden nagekeken. Ook dat is geen geringe opgaaf.

Namens de werkgroep, Wim van der Ven.

Terug naar Verslagen