Verslagen van de Floristische werkgroep.  
    Aangepast:
03-04-2007


Jaarverslag 2004


Dit was het vijfentwintigste jaar dat we als werkgroep naar buiten gingen om te inventariseren. Daarom hadden we er voor gekozen een paar mooie km-hokken eens opnieuw te gaan bekijken. Kijken of we het mooie nog zouden vinden. Helaas was dat niet altijd het geval. Toch hebben we verrassende vondsten gedaan.

Het Nuenens broek was een van de bezochte gebieden. Omdat we de eerste ronde niet goed voorbereid hadden, hebben we op de verkeerde plaatsen gezocht. We hebben in dit gebied uiteindelijk Gevlekte aronskelk (Arum maculatum), Paardenhaarzegge (Carex appropinquata) en Groot heksenkruid (Circaea lutetiana) gevonden.
In Kleinbroek bij Best hadden we een mooi hok. De verwachte Eenbes (Paris quadrifolia) was er gelukkig nog. We hebben daar ook een goudmijntje met massaal Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus) gevonden. En omdat we toch daar in de buurt waren zijn we even uit het hok gegaan. Twee van onze leden hadden tijdens het inventariseren Fraai hertshooi (Hypericum pulchrum) gezien. Daar wilden we allemaal wel eens naar gaan kijken. Deze planten die op de Rode Lijst staan, stonden net 10 meter buiten ons atlasgebied.
In Mierlo, ’t Sang, gingen we op zoek naar de Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia), maar die hebben we niet gevonden. Het moerasbos was toch mooi genoeg met Slangenwortel (Calla palustris), Dotterbloem (Caltha palustris), Grote boterbloem (Ranunculus lingua) en de prachtige Moerasvaren (Thelypteris palustris).
Ook een mooi hok was Broekkamp bij Mierlo. Een zeer afwisselend hok, met zeer bijzondere soorten zoals Wateraardbei (Potentilla palustris), Grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) en Kleine ratelaar (Rhinanthus minor). De sloot met Klimopwaterranonkel (Ranunculus hederaceus) was ook niet te versmaden. En de Moeraswederik (Lysimachia thyrsiflora) vinden we ook niet elke dag.
Vroeger, toen daar nog een vliegveld was, zag het Zandkasteel in Meerhoven er heel anders uit. Toch hebben we er enkele opvallende soorten gezien. Wat bijvoorbeeld te denken van Eekhoorngras (Vulpia bromoides), Smal fakkelgras (Koeleria macrantha) en Akkerandoorn (Stachys arvensis). We zagen er ook soorten waarvan we denken dat ze door de gemeente zijn uitgezaaid. Hoewel een enkele bewoner beweert dat daar nooit iets is uitgezaaid. Maar van Phacelia (Phacelia tanacetifolia) wordt gezegd dat die zich in Nederland niet uitzaait.
Langs de Keersop hebben we weer het Waterlepeltje (Ludwigia palustris) gezien. Het is wel bijzonder dat deze ernstig bedreigde soort nu op vijf plaatsen in ons atlasgebied te vinden is.
In de zomer tussen de eerste en tweede ronde zijn we vier keer op het Vloweitje bij elkaar gekomen. We hebben 55 vegetatieopnames gemaakt. 20 jaar geleden heeft Marco Spooren dat gedaan en als werkgroep hebben we dat 10 jaar geleden herhaald.
Ook dit jaar hebben we de poelen in Gennep geïnventariseerd. Nu al voor de vierde keer.
Door een aantal personen is zelfs in de zomer hard gewerkt aan de nieuwe atlas, waardoor we dit jaar niet zoveel artikelen voor onze rubriek ‘Gras is om in te liggen’ hebben geschreven.
We hebben een botanische woordenlijst Engels-Nederlands en Nederlands-Engels op het Internet gezet waar we verschillende reactie op hebben gehad. Zelfs vanuit Amerika.

Op verzoek van de excursiecommissie hebben we een excursie georganiseerd in Den Bosch. Daar zijn nog maar weinig hokken gedaan. Hokken die we daar gedaan hebben leveren altijd meer dan 300 soorten op. Het leek ons leuk om aan anderen te laten zien hoe mooi een stad kan zijn. Bijzondere muurvegetatie is in Den Bosch altijd te zien. Op deze dag waren alleen de twee organiserende leden van onze werkgroep aanwezig. Die hadden een prachtige dag.

Dit jaar hebben we vrij plotseling afscheid moeten nemen van Cor Broekman. Al jaren liep hij met onze werkgroep mee terwijl hij ook met de Mossenwerkgroep meeging en aanwezig was in de Plantenwerkgroep. Als we een discussie met Cor hadden of een vraag aan hem stelden dan was het zeker dat Cor de volgende keer met een kopie van een artikel of met een voorbeeld kwam om te laten zien hoe het in elkaar zat.

Kortom het was een bewogen vijfentwintigste jaar. Op onze excursieavonden waren we gemiddeld met 7 mensen. Soms minder, soms meer. Het is altijd verfrissend als er iemand voor het eerst meeloopt. Dan moeten we weer eens termen uitleggen waar we zelf al lang niet meer bij nadenken. Andere mensen kijken op een voor ons verrassende manier naar de dingen. Er is elk jaar weer een hoop voor ons te leren. Het resultaat daarvan is te zien op de website van Floristische Werkgroep KNNV afdeling Eindhoven.

Namens de werkgroep, Wim van der Ven.

Terug naar Verslagen